Computer/Law Institute

Vrije Universiteit, Amsterdam

Nederlands

Rik W. Kaspersen

print/download PDF version

Strafrechtelijke handhaving van sexueel misbruik via chat/internet, noot bij Rechtbank Dordrecht d.d. 20 oktober 2005 LJN: AU4727

H.W.K. Kaspersen, In vd Linden/Lodder (red.), Jurisprudentie Internetrecht - annotaties. Kluwer, Deventer, 2006.

De pers heeft de afgelopen tijd uitvoerig aandacht besteed aan de risico’s die zich voordoen bij het gebruik van MSN door minderjarigen. MSN is het werkterrein van voyeuristische typen of erger die via dit middel in contact proberen te komen met minderjarigen die zich onvoldoende van deze risico’s bewust zijn en die (nog) niet over de karakterkracht beschikken om zich aan de ‘elektronische’ relatie die door verschillende chat-sessies kan ontstaan, te onttrekken dan wel te verhinderen dat zaken voorvallen die zij eigenlijk niet willen. Ouders of opvoeders zijn vaak bij deze sessies niet aanwezig en kunnen hier geen corrigerende invloed uitoefenen. De nodige voorbeelden zijn bekend van chat-sessies die leidden tot persoonlijk contact tussen de jeugdige en de seksuele delinquent, met inbegrip van ernstige gevolgen. De nieuwste hobby van de seksuele delinquent bij MSN of andere chat-verkeer is de jeugdige wederpartij te brengen tot het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en zich vervolgens via een webcam aan de chat-partner te tonen. Onnodig te zeggen dat dit gedrag maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar is. Deze beschouwing richt zich echter primair op de middelen die het strafrecht biedt om hiertegen op te treden, in het bijzonder in verband met de elektronische omgeving waar de feiten zich hebben voorgedaan. Uitgangspunt van mijn beschouwing is een zaak die recent door de rechtbank Dordrecht werd berecht. Zoals hierna blijkt, is art. 240b Sr een belangrijk onderdeel van het strafrechtelijk verdedigingswapen. Aan dit wetsartikel besteed ik in verband met ICT bijzondere aandacht.