|
|
|
|
print/download PDF version
In de samenleving heerst bezorgdheid over de verspreiding van
kinderpornografie via internet.
De Tweede Kamer heeft daarom aan de minister van Justitie gevraagd om
maatregelen te nemen. Niet alleen gaat het daarbij om opsporing, de
Kamer vraagt nadrukkelijk ook om technologische maatregelen in de vorm
van filteren en blokkeren van kinderpornografie. De maatschappelijke
bezorgdheid is terecht in die zin dat we uit eerder onderzoek weten dat
internet in belangrijke mate bijdraagt aan de verspreiding van
kinderpornografie en dat internet met zich meebrengt dat mensen eerder
dan voorheen de grenzen van het toelaatbare opzoeken – en
overschrijden. We weten echter nog niet veel over
filteren als instrument tegen kinderpornografie op internet. Daarover
gaat dit rapport.
Filteren kan vanuit verschillende invalshoeken worden benaderd. Het
gaat om een technisch middel (hoofdstuk 2) dat wordt gebruikt in een
juridische
context (hoofdstuk 3). Daarnaast zijn er reeds ervaringen in andere
landen opgedaan. Daarbij
is de vraag aan de orde met welke partijen het filteren kan worden
geregeld en wat daarbij de
mogelijkheden zijn voor zelfregulering (hoofdstuk 4). De Nederlandse
situatie rond
filteren en kinderporno nemen we onder de loep in hoofdstuk 5 en in
hoofdstuk 6 geven we daarvan een
juridische analyse. In het slothoofdstuk presenteren we de conclusies,
beantwoorden we de
onderzoeksvragen en schetsen we aan de hand van vier scenario’s hoe het
verder zou
kunnen gaan met het filteren van kinderporno op internet. Voor wie snel
kennis wil nemen
van de hoofdlijnen uit dit onderzoek, is er de leesvervangende
samenvatting.
Dit onderzoek is een samenwerking tussen de Noordelijke Hogeschool
Leeuwarden (Lectoraat Integrale Veiligheid) en de Vrije Universiteit
(Instituut
voor Informatica en Recht). Een onderzoek als dit kan alleen tot stand
komen dankzij de medewerking
van velen. Het onderzoek werd begeleid door een commissie bestaande
uit: prof. mr. R.V. De
Mulder (EUR – Faculteit der Rechtsgeleerdheid, voorzitter), de heer S.
van de Geer
(ministerie van Justitie, directie Rechtshandhaving en
Criminaliteitsbestrijding), drs. M.
Kruissink (ministerie van Justitie, WODC), mw. mr. M.J.C. Spoormaker
(Arrondissementsrechtbank
Rotterdam), en de heer C.S. Groeneveld (KLPD). Wij zijn hen zeer
dankbaar voor de
enthousiaste en deskundige begeleiding. We zijn Stefaan Pleysier
(KATHO, dept. IPSOC –
Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid) zeer erkentelijk voor
zijn commentaar op het manuscript.
Uiteraard blijft de uiteindelijke tekst onze verantwoordelijkheid.
Verder zijn we
alle respondenten en andere personen die ons van informatie voorzagen
zeer dankbaar voor hun
inbreng. Het filteren van kinderpornografie is volop in discussie en de
technische, juridische en organisatorische ontwikkelingen gaan snel,
zowel nationaal als
internationaal. In dat verband zij vermeld dat de informatievergaring
voor dit onderzoek is gestopt op
1 mei 2008.
|