|
|
|
|
Noot bij Pres. Rb. Amsterdam 4 november 1999 (Interchain
Technologies)A.R. Lodder, In Jurisprudentie
Internet, pages 82-84. Kluwer, Deventer, 2003.
|
- Interchain Technologies (verder: Interchain) ontwikkelt onder andere websites ten behoeve van de elektronische handel. Het bedrijf geeft niet alleen de content van websites vorm, maar regelt ook de beveiliging van websites en het elektronisch betalingsverkeer. Interchain is in januari 1999 opgericht als een (gedeeltelijke) voorzetting van het bedrijf CD-One. De eiser in deze zaak is de directeur van Interchain, de gedaagden zijn de voormalige directeur (gedaagde 1) en systeembeheerder (gedaagde 3) van CD-One. Gedaagde 1 is vanaf medio april (wanneer precies wordt uit het vonnis niet duidelijk) tot 17 juli 1999 als adviseur aan Interchain verbonden geweest en daarnaast heeft hij tot 31 augustus 1999 aan Interchain technische ondersteuning verleend. Gedaagde 3 is van april tot oktober 1999 als systems researcher and developer in dienst geweest bij Interchain. De rol van de incidenteel in het vonnis genoemde gedaagde 2 is van ondergeschikt belang en zal verder niet besproken worden. De eiser beweert dat gedaagden tijdens hun dienstverband klantenbestanden en bestanden met systeeminformatie hebben gekopieerd met het oog op toekomstig eigen gebruik.
- Behalve deze civiele procedure heeft de eiser op 31 augustus 1999 ook aangifte van diefstal van bestanden gedaan. Hoewel in dit vonnis niet aan de orde is het de vraag of software gestolen kan worden. Het antwoord hangt samen met de vraag of software een goed is. In de literatuur zijn zowel voorstanders als tegenstanders van het standpunt dat gegevens een goed zijn. Overigens blijft mijns inziens zelfs wanneer men aanneemt dat gegevens een goed zijn, het bewijzen van diefstal problematisch. Het wegnemen betekent immers niet dat de oorspronkelijke bezitter het bezit verliest.
- De eiser vordert met name van gedaagden "iedere verveelvoudiging of openbaarmaking van de software, de websites, autorisatiegegevens, de concepten en bronbestanden te staken, en deze aan [eiser] te retourneren." In aanvulling daarop wordt ook een lijst verlangd met daarop aan wie de hierboven genoemde informatie ter beschikking is gesteld.
- De gedaagden hebben gemotiveerd bestreden in het bezit te zijn van de gevraagde gegevens. Daarnaast is door de IT-deskundige drs. S. Visser RI vastgesteld dat de gegevens niet in het bezit van gedaagde 1 zijn. Bijgevolg wordt gedaagde 1 (als ook de andere gedaagden) niet veroordeeld de gegevens te retourneren. Interessant is vervolgens dat gedaagde 1 wel geboden wordt iedere verveelvoudiging of openbaarmaking van de cte staken. Hij mag de gegevens, waarvan aangenomen wordt dat hij deze niet heeft, niet verveelvoudigen of openbaarmaken. Hoe kan dit? De verklaring hiervoor wordt cryptisch ingeleid met de zinsnede "Hoewel niet is komen vast te staan dat gedaagde 1 thans in het bezit is van software, websites, besturingssystemen en bronbestanden van Interchain, valt voorshands niet uit te sluiten dat gedaagde 1 deze gegevens van Interchain heeft gekopieerd zonder daartoe gerechtigd te zijn." Kortom, het is niet komen vast te staan dat gedaagde 1 de gegevens bezit, maar het valt niet uit te sluiten dat hij deze wel bezit. Blijkbaar is een weerlegging mogelijk van de gemotiveerde bestrijding en de vaststelling van de IT-deskundige. De rechter voert hiervoor het volgende aan.
- In de eerste plaats is vastgesteld dat er na 17 juli 1999 zeer veel dataverkeer heeft plaatsgevonden tussen de computers van Interchain en de computer van gedaagde 1. Gedaagde 1 kan hiervoor geen plausibele verklaring geven.
- In de tweede plaats heeft Interchain een website voor Sdu gebouwd en beheerd. Op 7 september 1999 heeft Sdu het beheerscontract opgezegd. Voor de nadien aan de site aangebrachte wijzigingen is technische kennis noodzakelijk die niet op een dergelijke korte termijn door Sdu kan zijn verkregen. Bovendien beschikte Sdu niet over de noodzakelijke technische gegevens. Of de site werkelijk zo complex was dat wijzigingen door een (ervaren) webontwikkelaar niet zouden kunnen worden aangebracht valt te betwijfelen. De rechter meent in ieder geval dat niet uit te sluiten is dat gedaagde 1 de benodigde gegevens en kennis heeft geleverd. De hier gevolgde redenering is niet bijzonder overtuigend. Om te beginnen stelt de rechter dat gedaagde 1 heeft verklaard zowel zakelijke als persoonlijke contacten te onderhouden met leidinggevenden bij Sdu en voorts dat hij Sdu heeft geadviseerd voor het wijzigen van de website mensen in dienst te nemen. Op grond van genoemde contacten en het triviale advies "valt ernstige dreiging van het verveelvoudigen en openbaarmaken van de software, de websites, autorisatiegegevens, de concepten en bronbestanden door gedaagde 1 niet op voorhand uit te sluiten." Een ernstige dreiging is op voorhand niet uit te sluiten. Het dus niet een reëel gevaar, maar een niet uit te sluiten dreiging. Dit is wel erg mager, maar voor de rechter genoeg om "gelet op de zeer aanzienlijke schade die voor Interchain daardoor dreigt, welke dreiging op de opzegging door Sdu zeer reëel is" te gebieden dat gedaagde 1 verveelvoudigingen en openbaarmakingen staakt en gestaakt houdt. Waar de aanzienlijke schade van een al opgezegd beheerscontract precies uit zou kunnen bestaan wordt niet duidelijk. Mogelijk meent de rechter dat wanneer gedaagde 1 het opgelegde gebod nakomt, Sdu vervolgens Interchain weer zal moeten inschakelen. Dit lijkt me overigens niet een schade die dreigt, maar één die al gerealiseerd is.
- Uit het aan gedaagde 1 opgelegde gebod de gegevens niet te verveelvoudigen of openbaar te maken volgt impliciet dat deze over de gegevens beschikt. De grond voor deze aanname is al niet bijzonder overtuigend, extra verwarrend is dat het vonnis vervolgt met de vaststelling dat de verzochte lijst met namen en adressen niet door gedaagden hoeft te worden overlegd, omdat "onvoldoende is komen vast te staan dat gedaagden in het bezit zijn van software, websites, autorisatiegegevens, concepten of bronbestanden van Interchain of dat zij deze gegevens hebben verveelvoudigd of openbaar gemaakt."
- Het moge overigens duidelijk zijn dat het aan gedaagde 1 opgelegde verbod weinig verstrekkend is. Hij mag iets niet doen met gegevens waarvan op verschillende plaatsen aangenomen wordt dat hij daarover niet beschikt.
- Onduidelijk is wat precies de gevolgen van deze uitspraak zijn. Op grond van bovenstaande zou kunnen worden aangenomen dat Sdu onrechtmatig handelt wanneer ze wijzigingen in haar website blijft aanbrengen. Hoewel niet gevorderd, zou de eis dat Sdu niet anders dan in samenwerking met eiser de website mag veranderen mogelijk gegrond zijn verklaard. Nu kan eiser niet veel met het opgelegde gebod.
- In aanvulling op de andere eisen wordt gevraagd gedaagde 3 te veroordelen tot nakoming van het concurrentie- en geheimhoudingsbeding. Terecht wordt gesteld dat eiser hier onvoldoende belang bij heeft omdat gedaagde reeds op grond van zijn arbeidsovereenkomst hieraan gehouden is.
- Tenslotte, van geheel andere orde en juridisch niet bijzonder interessant is de gedwongen domeinnaamoverdracht. Gedaagde 3 is gedwongen interchain.net over te dragen. Uit onder andere op het internet te vinden overzichten van IT-bedrijven blijkt dat deze domeinnaam enige tijd (in ieder geval tot in 2000) door Interchain gebruikt is, maar op dit moment is de domeinnaam vrij beschikbaar. De domeinnaam interchain.nl is al in 1996 geregistreerd en op dit moment in handen van het bedrijf Interchain dat zich bezighoudt met iTransport, iForwarding, iWarehousing en iCustoms. Hoewel mogelijk is dat Interchain Technologies haar naam heeft verkort tot Interchain en haar taakomschrijving aan de huidige tijd heeft aangepast, is niet onwaarschijnlijk dat het bedrijf een van de vele gestrande e-commerce bedrijven is.
A.R. Lodder
|