|
|
|
|
|
|||||||
|
||||||||||
|
||||||||||
|
Hoofdstuk 2, eADR en techniek[1] Leo van der Wees, Arno Lodder
Online communicatiemogelijkheden[2] (A)synchrone communicatie Asynchroon is
communicatie waarbij er geen direct contact is, partijen niet tegelijkertijd
communiceren en dus ook niet direct op elkaar reageren. Het sturen van brieven
naar elkaar via wat men nu slakkenpost (TPG Post) noemt, is een voorbeeld van
asynchroon communiceren. Ook bij online
alternatieve geschillenbeslechting zullen in veel gevallen relevante stukken
eerst per e-mail (asynchroon) rondgaan, waarna de geschiloplossing zelf
synchroon zou kunnen plaatsvinden in een besloten netwerkomgeving waarin men
direct contact (synchroon) heeft. Het is evenwel niet ondenkbaar dat bij
gebruik van een online systeem de geschiloplossing ook plaatsvindt middels een
asynchrone wijze van communiceren. Dit is immers altijd nog veel sneller dan
het gebruik van traditionele manieren van asynchroon communiceren zoals slakkenpost. Soms zal asynschroon
communiceren zelfs min of meer noodzakelijk zijn. Denk aan een geschil tussen
twee partijen woonachtig in verschillende delen van de wereld. Bij de beslissing
om een synchroon dan wel een asynchroon systeem te gebruiken kan nog een ander
aspect een rol spelen: de bandbreedte. In zijn algemeenheid geldt dat voor een
goede, duidelijke en snelle manier van synchroon communiceren meer bandbreedte
nodig is dan voor asynchrone systemen. Bij gebrek aan bandbreedte valt de keuze
dan al snel op een asynchroon systeem. E-mail
De meest
gebruikte toepassing op internet is ongetwijfeld elektronische post. E-mail is
een vorm van asynchroon communiceren die zeer weinig bandbreedte vereist en is
een toepassing die hard op weg is het gebruik van de traditionele post te
verdringen.[3] Niet vreemd want elektronische post biedt
een groot aantal voordelen. Allereerst is het
goedkoop. Hoewel nog steeds niet iedereen zich een internetabonnement en een
daaraan gekoppeld e-mailadres kan veroorloven, zijn de bedragen die men vandaag
de dag moet betalen voor een dergelijk abonnement nog steeds betrekkelijk laag.
En als men daarbij bedenkt dat men met de aanschaf van een abonnement in de
meeste gevallen zoveel berichten kan versturen als men maar wil, dan zijn de
kosten zeker laag te noemen. Vooral indien veel gebruik gemaakt wordt van
elektronische post. E-mail is snel.
Deze vorm van communiceren is weliswaar asynchroon, maar een e-mail is in zijn
algemeenheid toch binnen zeer korte tijd op de plaats van bestemming. Het is
daarmee een stuk sneller dan de ouderwetse tegenhanger, de traditionele post.
Doordat steeds vaker mensen continu online zijn, kan ook via e-mail
communicatie plaatsvinden die als synchroon kan worden getypeerd. Het zal
menigeen niet onbekend voorkomen dat er binnen enkele minuten verschillende
e-mail berichten over en weer gaan. Elektronische
post is tevens laagdrempelig. Los van het feit dat de meeste mensen bekend zijn
met e-mail is het gebruik ervan ook simpel. Dit zou een reden kunnen zijn
e-mail in een eADR-systeem te gebruiken. De kans dat de techniek in dat geval
hindernissen opwerpt is immers gering. Laatst maar zeker
niet het minst belangrijk in relatie tot online alternatieve
geschillenbeslechting is het feit dat men 24 uur per dag een e-mail kan
versturen en ontvangen. Met name bij een toenemende grensoverschrijdende
elektronische handel zou dit voordeel een belangrijke reden kunnen zijn om in
ieder geval ook van e-mail gebruik te maken bij de online oplossing van een
geschil. De snelheid en de
prijs van e-mail zijn in het geval van internationale elektronische handel
trouwens ook van belang. Indien stukken met
de gewone post verstuurd zouden
moeten worden naar een wederpartij in het buitenland gaat het niet alleen heel
lang duren, maar zal het ook nog eens kostbaar zijn alvorens een geschil uit
wereld geholpen is, als dat uberhaupt al lukt. Voordeel van het
gebruik van e-mail bij geschillenbeslechting kan zijn dat partijen elkaar niet
zien, waardoor de gemoederen niet verhit raken en de kans op ongenuanceerde en
wellicht nadelig werkende opmerkingen kleiner is. Men kan immers een stuk nog
eens rustig lezen alvorens op de versturen-knop te drukken. Het elkaar niet
kunnen zien, heeft tegelijkertijd nadelen. De lichaamstaal bij face-to-face-ontmoetingen verraadt
immers veel van de gemoedstoestand van de discussierende partijen die door de
e-mailer niet gezien wordt, waardoor een dispuut in levende lijve over een
bepaalde kwestie eerder een bepaalde wending zou nemen. Een bepaalde houding en
gelaatsuitdrukking zouden de indruk kunnen wekken dat een uiterste grens is
bereikt over bijvoorbeeld de hoogte van een te betalen schadevergoeding. E-mail kan dus op
verschillende wijzen vertragend werken en daardoor weer minder geschikt zijn
voor het gebruik bij geschiloplossing: men kan antwoorden wanneer men wil en
door het gebrek aan lichaamstaal (en gevoel in de tekst) zou het langer kunnen
duren alvorens men tot elkaar komt. Het eerste probleem is overigens eenvoudig
op te lossen door een sluitingstermijn voor de uitwisselingen van stukken en
opvattingen vast te stellen. Discussieplatform
Indien men een
e-mailadres heeft, is het eenvoudig deel te nemen aan een discussieplatform.
Daarbij dient men te denken aan mailinglijsten en nieuwsgroepen.[4] Deze toepassingen bieden gebruikers van
internet de mogelijkheid over een of meer onderwerpen te discussieren met een
grote groep mensen, waarbij tevens een zogenaamde draad wordt bijgehouden zodat het makkelijk is bij te houden wie
waarover discussieert. Deze asynchrone
manier van communiceren en discussieren is net als e-mail zelf goedkoop, snel,
laagdrempelig en 24 uur beschikbaar. Goedkoop omdat iedereen met een
internetabonnement mee kan doen, snel omdat een bericht net zo snel op een
discussieplatform geplaatst wordt als het in een mailbox terecht komt in geval
van een 1 op 1 communicatie, laagdrempelig omdat iemand die kan e-mailen ook
aan een discussieplatform kan meedoen, en dat ook nog eens 24 uur per dag.
Daarbij komt dat ook de bandbreedte die benodigd is voor dit soort toepassingen
zeer gering is. Dit soort
systemen zou voor de online oplossing van een geschil wellicht gebruikt kunnen
worden, maar het is vraag of dit noodzakelijk is. Een geschil zal immers
meestal tussen twee partijen ontstaan, of in ieder geval niet tussen zoveel
partijen dat een uitwisseling per e-mail van standpunten en meningen zo
onoverzichtelijk wordt, dat men de toevlucht zou moeten nemen tot een heus
discussieplatform. Instant
messaging
Minder asynchroon
dan de vorige twee genoemde manieren van online communiceren vindt plaats via
wat men noemt instant messaging(IM).
Bekende instant messaging-programma’s zijn MSN Messenger (Microsoft) en ICQ (I
seek you). Dit soort programma’s wordt, evenals e-mail en discussieplatforms,
gebruikt voor met name de uitwisseling van tekstberichten. Verschil is dat men
dit soort programma’s gebruikt als twee of meer anderen met wie men wil
communiceren ook online zijn. Veelal wordt een signaal gegeven als een relatie
die tot de groep behoort verbinding maakt met internet. Op dat moment kan en
zal er dus ook gecommuniceerd worden. Het is immers niet zo vriendelijk niet te
communiceren terwijl de wederpartij weet dat men online is. Dat is bijna
hetzelfde als iemand bellen en vervolgens niets zeggen. Instant messaging is
hierdoor interactiever. Men krijgt sneller een antwoord op vragen, opmerkingen,
etc. Ook instant messaging
is goedkoop, want vaak bevat de standaard-configuratie van een computer een
IM-programma en anders is er wel een gratis programma op internet te vinden.
Eenmaal verbonden met een ander via een IM-programma is het bovendien supersnel
en eenvoudig te bedienen en dat ook weer 24 uur per dag. Wel vergt een
IM-systeem meer bandbreedte, maar toch ook weer niet al te veel omdat het
immers veelal nog om de uitwisseling van tekstberichten gaat. Kijkend naar
geschiloplossing zou IM een nuttig onderdeel kunnen zijn van een eADR-systeem.
Het heeft daarbij voor- en nadelen. Zo is het een nadeel als partijen die een
meningsverschil hebben in een verschillende tijdzones wonen. Als de zones
aangrenzend zijn is dat probleem te overzien, maar indien de twistende partijen
zich in andere delen van de wereld bevinden zal het gebruik van IM bij de
oplossing van het geschil lastiger zijn. Het vergt op zijn minst de nodige
afstemming (per e-mail). Daarnaast is het wel handig dat IM het mogelijk maakt
dat twistende partijen die niet bij elkaar in de buurt wonen toch makkelijk,
sneller dan bij gebruik van e-mail, en goedkoper dan via de telefoon, met
elkaar kunnen communiceren. Die handige directheid is tegelijkertijd een
nadeel. Men zou in een opwelling immers dingen kunnen typen die men vaak
achteraf liever niet getypt had. Aan de andere kant, bij de meeste IM-systemen
moet men eerst een bericht samenstellen en dan op de versturen-knop drukken.
Die systematiek is dus niet anders dan in het geval van e-mail en bij e-mail
zijn veel mensen zich inmiddels bewust van het feit dat een ‘geschreven’
bericht anders aankomt dan gesproken woord en dat een herlezing alvorens een
bericht te versturen in veel gevallen gewenst is. De uitwisseling
van opvattingen - en dus ook de uiteindelijke oplossing van het geschil - zal
bij het gebruik van instant messaging dus sneller gaan omdat het veel meer een
directe vorm van interactie is waardoor sneller, meer informatie uitgewisseld
wordt. Dit maakt IM naar onze mening een nuttige tool bij systemen voor online
alternatieve geschillenbeslechting. Chatten
Het verschil
tussen chatten en instant messaging is gering. Zeker nu steeds meer IM-systemen
het mogelijk maken een chat-sessie te beginnen met de wederpartij. Toch is het
echte chatten wezenlijk anders dan instant messaging. Daar waar in het geval
van instant messaging eerst het volledige bericht samengesteld wordt alvorens
het te versturen, is het bij chatten vaak het geval dat de ontvangende partij
ziet wat de zendende partij aan het typen is en dus al een idee heeft van
hetgeen ‘gezegd’ gaat worden voordat alles ook daadwerkelijk door de ander
getypt is. Sterker, vaak wordt door de ontvanger al begonnen met een antwoord
voordat het volledige bericht door de zender getypt is. Dit kan doordat in het
geval van chatten veelal een scherm gebruikt waarop elkaars toetsaanslagen te
zien zijn. Hiermee is het
chatten weer dichter bij een face-to-face-ontmoeting
dan instant messaging en ook weer meer synchroon dan IM en is eveneens meer
bandbreedte vereist. Evenals instant messaging is chatten goedkoop, snel,
laagdrempelig en 24 uur te gebruiken, waarbij voor het laatste natuurlijk weer
geld dat die continu beschikbaarheid weer (afstemmings)problemen zou kunnen
opleveren indien partijen levend in verschillende tijdzones een chatsessie
willen beginnen. Voor online
alternatieve geschillenbeslechting lijkt chatten ons weinig geschikt. Met name
het feit dat partijen elkaars toetsaanslagen zien is wel erg lastig. Men moet
dan immers heel goed nadenken wat men gaat typen alvorens dat daadwerkelijk te
gaan doen, om geen ongenuanceerde, wellicht nadelige opmerkingen te maken. Even
een zinnetje of woord weghalen en veranderen zonder dat de ander dat ziet is er
namelijk niet bij. Juist in een poging een geschil op te lossen lijkt dat niet
gewenst. Daarnaast speelt de typvaardigheid een rol. De betere typers kunnen
sneller meer tekst produceren wat tot een ongelijkheid en frustratie in de
discussie kan leiden, hetgeen de kwaliteit van de discussie niet ten goede zal
komen. Audio-
en video-conferenties
Tot slot van dit
overzicht van verschillende vormen van telecommunicatie twee synchrone
mogelijkheden waarvoor een aanzienlijke bandbreedte vereist is:
audio-conferenties en video-conferenties. De eerste is te
vergelijken met de traditionele communicatie per telefoon. De kwaliteit van
audio over het internet laat evenwel nogal te wensen over. Er wordt ook al
jaren gesproken en geschreven over telefoneren via internet - Voice Over IP
(VoIP) - maar nog steeds heeft dat geen hoge vlucht genomen. De redenen
daarvoor zijn simpel, zowel de techniek als de kwaliteit zijn gebrekkig. Ooit
zal dat ongetwijfeld anders zijn, maar op dit moment zijn de audio-technieken
op internet niet geschikt voor eADR. Niet alleen beschikt lang niet iedereen
over de vereiste bandbreedte, het feit dat er veelal nog een vertraging in de
connectie zit maakt het zeker voor een discussie over een geschil erg lastig.
Het is in dergelijke situaties toch al moeilijk om elkaar te laten uitpraten,
als men vervolgens ook nog eens niet direct op elkaar kan reageren in verband
met een vertraging in de lijn, dan leidt het gebruik van audio-mogelijkheden op
internet snel tot frustraties en zeker niet snel tot een oplossing van een
geschil. Het gebruik van
video is in theorie het ultieme middel voor online alternatieve
geschillenbeslechting. Immers als men elkaar kan horen en zien via
internet-videotechnieken dan zou het niet meer nodig zijn ontmoetingen te
arrangeren om een geschil uit de wereld te helpen. Helaas geldt
hetgeen hiervoor over audio gezegd is in nog sterkere mate voor video. Hiervoor
is namelijk nog meer bandbreedte nodig, en de techniek is vaak nog gebrekkiger.
Bij het gebruik van video-technieken heeft men niet alleen te maken met een
vertraging in de geluidsverbinding, ook het beeld komt vaak met horten en
stoten binnen. Daarnaast hebben veel mensen toch problemen met het feit dat men
zit te kijken naar een persoon afgebeeld op een plat scherm, die bovendien niet
echt aangekeken kan worden. Met andere woorden, het wordt niet echt als een
volwaardig alternatief gezien van een face-to-face-ontmoeting.
De techniek voor
video-conferenties is overigens nu al veel beter dan enige jaren geleden, en
zal in de nabije toekomst ongetwijfeld kwalitatief nog beter worden. De eerste
komende jaren zal het naar verwachting niet gebruikt gaan worden voor online
alternatieve geschillenbeslechting. Interessant was
daarentegen wel de presentatie van de Eye Catcher[5] tijdens de najaarsvergadering van de
NVvIR eind 2003. De Eye Catcher is een apparaat dat het mogelijk maakt elkaar
online aan te kijken, en dat dat inderdaad zo is hebben de aanwezige leden aan
den lijve kunnen ondervinden. Hoewel nog te duur om grootschalig toegepast te
gaan worden bij eenvoudige (consumenten)geschillen, lijkt het wel in een stap
verder in de ontwikkeling van video-technieken, die in de huidige vorm wel al
in een bepaalde (juridische) context gebruikt zou kunnen worden. Zo zou de Eye
Catcher bijvoorbeeld een rol kunnen gaan spelen bij het op afstand horen van
gevangenen, zodat duur en gevaarlijk transport van de gedetineerden van en naar
rechtsbank voor korte verhoren niet meer nodig is. Techniek:
de vierde partij?
Het voorgaande
heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk de ontwikkeling en de rol van techniek
is bij de (on)mogelijkheden om online op alternatieve wijze geschillen te
beslechten. Ethan Katsh en Janet Rifkin gaan zelfs zo ver dat zij de techniek
in het eADR-proces als partij introduceren. In hun boek Online Dispute Resolution[6] stellen zij dan ook dat bij het proces
van online geschillenoplossing de volgende partijen betrokken zijn: · De twee partijen die een geschil
hebben; · De onafhankelijk derde (mediator,
arbiter), en · De techniek als vierde partij. Waar de eerste
drie partijen voor staan spreekt voor zich, de vierde partij is een metafoor
voor de technologie die in de ODR-procedure gebruikt wordt. De vierde partij
ziet niet enkel op technologie met een bepaalde mate van geavanceerdheid. Ook
indien de ODR-procedure uit het louter uitwisselen van e-mailberichten bestaat,
dient het gebruik hiervan te worden gezien als de vierde partij in de
procedure. Aan de andere kant van het spectrum staat de vierde partij die de
derde vervangt, zoals bijvoorbeeld bij blind-bidding.[7]
Hiertussen in is veel mogelijk, zoals alle hierboven besproken
communicatietechnieken. Is het nu interessant, voegt het iets toe, om van de in
de procedure gebruikte technologie te spreken als de vierde partij? Op de
achterflap van Online Dispute Resolution zegt
Steve Abernethy: “The
authors’ labeling of technology as ‘the fourth party’ breaks new ground and
will shape all further discussions on this topic” Abernethy is een
van de ODR-pioniers, die SquareTrade heeft mede-opgericht en momenteel als
president en CEO daarvan fungeert. Gezien de context zijn deze lovende woorden
bedoeld om het belang van het boek te onderstrepen en als gevolg daarvan de
verkoop te stimuleren. Als we daarbij bedenken dat SquareTrade een spin-off is
van een onderzoeksproject van Katsh, Rifkin en Gaitenby, kan de indruk ontstaan
dat hier sprake is van goedkope vleierij. Toch is het tegendeel waar. Online Dispute Resolution introduceert ODR als afzonderlijke
discipline, waarbij de achtergrond van de auteurs[8]
borg staat voor de gegrondheid van de pijlers waarop ODR is gebouwd, te
weten: ADR, techniek en recht. Het boek zet de lijnen uit waarlangs het
ODR-veld zich in de toekomst zal ontwikkelen. De daarin aangedragen concepten,
zoals ook de Trust-Convenience-Expertise Triangle[9],
zijn bijzonder waardevol. Hoewel de schrijvers als geen ander in staat
zouden zijn geweest tot een grondige studie[10],
is hun bedoeling vooral geweest het onderwerp neer te zetten, zo je wilt
te claimen, als schrijvers van het eerste ODR-boek. De verdere uitdieping van
de aangedragen onderwerpen is overgelaten aan toekomstig werk. Het belang van
het introduceren van het concept de vierde partij is dat, door de technologie
zo te benoemen, benadrukt wordt dat moet worden stilgestaan bij het aanwenden
van de techniek. De juiste toepassing van technologie kan een verschil
betekenen tussen een opgelost en niet opgelost geschil. Bij ODR is de
toepassing van techniek cruciaal, zonder techniek geen ODR, maar zelfs voor
primair off-line gevoerde geschillen is het van belang stil te staan bij hoe
techniek te gebruiken. De juiste toepassing van technologie is bijvoorbeeld een
belangrijk aandachtspunt voor de rechterlijke macht.[11] Het concept de vierde partij draagt dus
verder dan ODR. Naarmate
technologie tot meer in staat is, wordt daarbij des te belangrijker dat deze op
juiste wijze is aangewend. Als bijvoorbeeld spraakverwarring ontstaat door een
ongelukkige representatie van de uit te wisselen informatie, kan bij online
mediation de mediator dit constateren en ingrijpen. Indien er geen menselijke
derde meer bij de procedure betrokken is, een eenvoudig voorbeeld is de
assisted negotiation van SquareTrade,[12]
ontbreekt deze achtervang. Het is
afhankelijk van het type procedure, de te behandelen geschillen en de beoogde
gebruikers hoe de technologie moet worden aangewend. Bij mediation wordt het
gemis van face-to-face-contact wel
als onoverkomelijk struikelblok gezien. Enkel video-conferencing zou dan
soelaas bieden.[13] Het is echter de vraag of een online
omgeving de offline situatie moet imiteren.[14] Online mediation zou zelfs zonder een
menselijke mediator kunnen plaatsvinden, waarbij de techniek partijen helpt op
een niet met gewone mediation te vergelijken wijze. Partijen kunnen enerzijds
ondersteund worden door toepassingen die helpen standpunten naar voren te
brengen en deze te structureren.[15] Anderzijds kan van systemen gebruik
worden gemaakt die op basis van ingegeven voorkeuren ten aanzien van de tussen
partijen bestaande geschillen een schikkingsvoorstel doet.[16] Een online omgeving waarin beide
toepassingen worden aangeboden is ook een mogelijkheid.[17] Bij online
arbitrage is de techniek met name geschikt om de door partijen aangevoerde
standpunten te structureren. Op dit moment wisselen partijen voor zover ons
bekend altijd (vrijwel) ongestructureerde, doorlopende tekst uit, waarin de
standpunten uiteen worden gezet. Voor zowel de arbiter als de wederpartij zou
een structurering in geschilpunten en de daarvoor aangevoerde argumenten het
geschil inzichtelijker maken.[18] De arbiter ziet dan in een oogopslag op
welke onderdelen er overeenstemming is, en waar partijen nog duidelijk uit
elkaar liggen. Technologie kan
ook de zaak beslissen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het al even genoemde
blind-bidding. Hier wordt aan de hand van een eenvoudig algoritme vraag en
aanbod met elkaar vergeleken en zo mogelijk geschikt. Ook systemen als
Smartsettle nemen in wezen beslissingen. Weliswaar wordt deze beslissing
gepresenteerd als een overeenkomst die door beide partijen ondertekend moet
worden, dit neemt niet weg dat het voorstel voor de verdeling van de bestaande
geschilpunten van het systeem afkomstig is. Beide toepassingen beslissen op
basis van numerieke gegevens. Dit kan op zich zelf een numeriek gegeven
betreffen, zoals geld, maar het kunnen ook niet-numerieke gegevens zijn, zoals
het belang dat iemand hecht aan een bepaald onderwerp van het geschil dat door
het programma wordt omgezet in numerieke gegevens. Dit idee wekt ongetwijfeld
weerstand, maar in complexe geschillen waarin meerdere zaken spelen kan een
dergelijke toepassing veelal betere resultaten opleveren dan waar mensen toe in
staat zouden zijn. Mensen kunnen namelijk niet altijd de dwarsverbanden tussen
de diverse spelende geschilpunten zien. De op speltheorie gebaseerde systemen maken
gebruik van de dwarsverbanden en stellen optimale verdelingen voor. Hiermee is
overigens niet gezegd dat alle geschillen zich op die wijze kunnen laten
oplossen. Het zijn er waarschijnlijk wel meer dan op voorhand voor mogelijk
wordt gehouden. Niet onbelangrijk is dat er altijd geschillen zullen blijven
bestaan die zich niet lenen voor automatische oplossing en zelfs dat niet alle
geschillen zich lenen voor ODR. SlotAls gebruiker
dient men zich bij ieder geschil af te vragen of ODR, en zo ja welk type, zich
leent voor de afhandeling er van. Bij deze keuze zal de door de ODR-aanbieder
gehanteerde communicatiemogelijkheden een bepalende rol spelen. Voor de
ontwikkelaars van ODR-toepassingen geldt evenzeer dat men zich bewust moet zijn
van het soort gebruikers waar men zich richt en het type geschil. Beide keuzes
hebben consequenties voor de toepassing en de keuze van de
communicatietechniek. Tenslotte is
uiteraard de aard van de procedure van belang: negotiation, mediation,
arbitrage. Over de verschillende type procedures gaan de volgende hoofdstukken. [1] Voor meer informatie over communicatietechnieken kunt u bijvoorbeeld terecht op How Stuff Works (<www.howstuffworks.com/>). [2] Bron (voor de opzet) van deze paragraaf is C. Rule, Online Dispute Resolution for Businesses, San Francisco: Jossey-Bass 2002. [3] Minder in de bus en meer in de box, Marie-José Klaver, NRC Handelsblad, 17 juni 2002 [4] Zie de hoofdstukken 13 en 14 van Internet voor Juristen, Jaarboek 2000, Kluwer, Deventer voor meer informatie over mailinglijsten en nieuwsgroepen. [5] Zie <www.exovision.nl> voor meer informatie over de Eye Catcher. [6] Katsh, Ethan, Janet Rifkin, Online
Dispute Resolution, Resolving Conflicts in Cyberspace, San Francisco,
Jossey-Bass, 2001 [7] Zie hoofdstuk 1 en 5. [8] Beiden zijn jurist, Katsh daarnaast gespecialiseerd in technologische vraagstukken en Rifkin heeft een ADR-achtergrond. [9] Volgens Katsh & Rifkin dient iedere, succesvolle ODR site over deze drie fundamentele eigenschappen te beschikken. Daarover lovend als theoretisch concept, maar kritisch vanwege de beperkte duidelijkheid voor ODR-providers hoe de driehoek te hanteren, S.H Bol (2003), Book Review: Katsh & Rifkin’s Online Dispute Resolution, AI & Law 2003, Vol. 11, no. 1, p. 69-75. [10] D.A. Larson (2004), Online Dispute
Resolution: Technology Takes a Place at the Table, Negotiation Journal, January 2004, p. 129-136. [11] A.R. Lodder, A. Oskamp & A.H.J
Schmidt (eds.), IT support of the
Judiciary in Europe (ITeR deel 43), Den Haag: SDU 2001, M. Fabri & F.
Contini (eds.), Justice and technology in
Europe: How ICT is changing the judicial business, Kluwer
Law International 2001, en A.
Oskamp, A.R. Lodder & M. Apistola (eds.), IT support of the judiciary in
Australia, Singapore, Venezuela &
three European Countries, Kluwer Law International, in press. [12] Het ondersteund onderhandelen begint met het door partijen selecteren van voorgedefinieerde, veelvoorkomende problemen. Vervolgens kunnen partijen aangeven welke aan het probleem gerelateerde standaardoplossingen ze verkiezen. Daarna kunnen partijen indien nodig nadere berichten uitwisselen. [13] J.B. Eisen (1998), Are We Ready For Mediation In Cyberspace?, 1998 B.Y.U. L. Rev. 1305. [14] S.H. Bol & A.R. Lodder, ‘Mediation online: over de kracht van de techniek en haar beperkingen’, Tijdschrift voor Mediation 2003-4, p. 94-100. [15] G.A.W. Vreeswijk (2003), ‘A
simple scheme to structure and process the information of parties in online
forms of alternative dispute resolution’, ADR
Online monthly October 2003. [16] Bijvoorbeeld Smartsettle.com of Family_Winner, voor een beschrijving van beide toepassingen en een vergelijking zie A.R. Lodder & E.M. Thiessen (2003), 'The role of Artificial Intelligence in Online Dispute Resolution', in: D. Choi & E. Katsh (eds.), Proceedings UN forum on ODR. [17] Lodder, A.R. & J. Zeleznikow (2004),
‘Proposal for an Online Dispute Resolution Environment: Dialogue Tools and
Negotiation Systems in a Three Step Model, submitted. [18] Lodder, A.R. & Huygen, P.E.M. (2001),
‘eADR: A simple tool to structure the information exchange between parties in
Online Alternative Dispute Resolution’, in: B. Verheij et al. (eds.), Legal
Knowledge and Information Systems JURIX 2001:The Fourteenth Annual
International Conference, IOS Press, p. 117-129. | |||||||||