|
|
|
|
|
|||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||
|
E-mediationArno R. Lodder, Stephanie Bol, Gijsbert Brunt en Menno Weijin: NvvIR, chapter 4, pages 67-92. Elsevier Juridisch, 2004De jongste generatie groeit op met internet.
Chatten en email zijn voor deze generatie gewone, vaste onderdelen van het
dagelijks leven. Geschillen zijn van alle tijden. Voor jongeren zal het voor de
hand liggen een geschil online te beslechten. Tot de peuters pubers zijn zal
ODR (en in het vervolg beperk ik mij tot emediation) bekend moeten worden.
Meegroeiend met de generatie zal het een plek moeten veroveren als een
volwassen manier van conflictbeslechting Erik Roelvink, de eerste
Nederlandse e-mediator (emediation.nl). 1.
Inleiding
In Amerika
verscheen meer dan 20 jaar geleden de door mediators veel gelezen en inmiddels
meer dan een miljoen keer verkochte klassieker Getting to Yes[1] en wordt mediation al langere tijd
gebruikt als alternatief voor gerechtelijke procedures. Niet verwonderlijk is
het dan ook dat de meeste online aanbieders van mediation, zeker die van het
eerste uur, opereren vanuit de Verenigde Staten.[2] De laatste jaren
staat mediation ook in Nederland in de belangstelling. In 2001 verscheen het Handboek Mediation[3] en eind 2002 waren er bijna 4000 bij het
Nederlands Mediation Instituut (NMI) geregistreerde mediators. Het aantal
daadwerkelijk gemediate zaken ligt overigens lager dan op grond van de toename
van enkele honderden mediators per jaar verwacht zou worden,[4] althans een groot aantal mediators heeft
nog nooit of slechts een enkele keer daadwerkelijk bemiddeld in een geschil.[5]
Chin-a-Fat merkt dan ook terecht op dat in het genoemde handboek weliswaar een
goed overzicht wordt gegeven, maar dat een analyse van de vraagzijde ontbreekt:
iedere bijdrage is geschreven vanuit het perspectief van de aanbieder.[6] Voor online mediation is de situatie niet
anders. De vraag wordt verondersteld zonder dat er een daadwerkelijk inzicht is
in de behoefte. Niettemin zijn er inmiddels enkele succesvolle online
initiatieven. Sinds eind 2002 is het ook in Nederland mogelijk een geschil met
behulp van een mediator online op te lossen via emediation.nl, niet te
verwarren met het door Van Schasfort gestarte en door ECP.NL in het kader van
het ODR.NL-project overgenomen en vervolgens gestrande e-mediation.nl. In het navolgende
zal eerst op enkele kenmerken en vormen van mediation worden ingegaan. Vervolgens
wordt mediation online, e-mediation, beschreven, mede aan de hand van twee
e-mediation procedures. Daarna wordt aandacht besteed aan enkele juridische
aspecten van de mediationprocedure. Tot slot wordt de werking van twee
e-mediation procedures beschreven, waarbij er een plaats heeft gevonden bij het
Nederlandse emediation.nl. 2. Mediation nader verkend2.1
Kenmerken
Er zijn veel
verschillende definities van mediation waarin steeds een of meer van de
volgende elementen terugkomen[7]: ·
Autonomie
partijen - De mediator (derde) helpt de bij het geschil betrokken partijen bij
het vinden van een oplossing in het geschil, maar de partijen nemen
uiteindelijk zelf de beslissing in het geschil; ·
Onafhankelijkheid
mediator - De mediator moet onafhankelijk en vooral onpartijdig zijn, wat onder
meer inhoudt dat de mediator geen adviezen mag geven aan partijen; ·
Vrijwillig
karakter - De mediation moet vrijwillig en vrijblijvend zijn; partijen moeten
niet tot mediation gedwongen kunnen worden en moeten met de mediation sessie
kunnen beginnen als ook stoppen wanneer zij zelf willen; ·
Informele
procedure - Partijen zijn, tot op zekere hoogte in samenspraak met de mediator,
vrij de regels die betrekking hebben op de mediation sessie te bepalen; en ·
Relatie van
partijen - Er moet tot een oplossing in het geschil gekomen worden waarmee alle
bij het geschil betrokken partijen tevreden zijn, zodat zij (in dezelfde
verhouding als van voor het dispuut) in de toekomst nog steeds ‘zaken’ kunnen
doen. Er moet dus ook rekening gehouden worden met emoties. Daarnaast speelt
het vertrouwen dat partijen in elkaar hebben een rol. Daaraan afgemeten
lijkt geen enkel element a priori uit te sluiten dat mediation via
elektronische communicatie plaats heeft. Uit deze
elementen kan een tweetal uitgangspunten worden gedestilleerd die van belang
zijn om ruimte te scheppen voor mediation. Zo geldt in de eerste plaats dat het
oplossen van een geschil langs deze weg vrijblijvend is. Elk van de partijen
kan zich op ieder moment weer terugtrekken uit de mediation totdat partijen een
oplossing hebben bereikt en die formaliseren door deze vast te leggen in een
vaststellingsovereenkomst. Deze vrijblijvendheid is een logisch vertrekpunt,
omdat partijen zelf (in vrijheid) tot een oplossing moeten geraken. De mediator
begeleidt de 'onderhandeling'. Vertrouwelijkheid
is het tweede uitgangspunt; partijen moeten ervan op aan kunnen dat wat er in
de gesprekken ter tafel komt, geheim blijft. Deze geheimhouding wordt door
partijen dan ook in beginsel vastgelegd in een overeenkomst waarin zij zich
'verplichten' tot de inspanning om tot een vergelijk te komen. Sec beschouwd
lijken ook deze uitgangspunten (naast de andere hiervoor genoemde elementen)
geen beletsel te vormen voor de elektronische toepassing van mediation. Wel
zullen zij echter in een elektronische omgeving soms een andere invulling
krijgen dan in de off line omgeving.[8]
2.2
Vormen of
stijlen van mediation
De meerwaarde van
mediation is vaak gelegen in het herstellen van het vertrouwen en de relatie
tussen partijen, zodat zij weer verder kunnen na het geïsoleerde probleem
opgelost te hebben. Dat veronderstelt - in die gevallen - dat er buiten het
geschil een voortdurende relatie is die van dusdanig belang is dat partijen
willen investeren in het herstel van het vertrouwen. Er is dan al onmiddellijk
een gemeenschappelijk belang. En juist gemeenschappelijke en parallelle
belangen en het onderkennen daarvan maken het mogelijk andere (nog) bestaande
geschillen te overbruggen. In de literatuur
wordt er verschillend over mediation gedacht in termen van de methode die de
mediator hanteert en de doelen die hij daarmee wil bereiken opdat partijen een
oplossing kunnen vinden[9]. Er bestaan zeer verfijnde
onderverdelingen in de verschillende methoden. Voor deze nadere verkenning
wordt volstaan met een globale driedeling die inzichtelijk maakt waarin deze
(dan wellicht hoofdstromingen van) methoden zich onderscheiden. Allereerst
zogenaamde evaluerende mediation. Op basis van onderliggende belangen van
partijen, is deze methode vooral gericht op het vinden van een snelle
oplossing. Het juridische gelijk of ongelijk en de vermoedelijke uitkomst van
een procedure spelen een belangrijke rol voor de oplossing. Om de evaluatie van
de standpunten van partijen mogelijk te maken, moet de mediator bij deze
methode kennis hebben van de materie waar het geschil betrekking op heeft. Die
kennis is ook van belang om relevante oplossingen te kunnen aandragen. Deze
vorm doet het meest denken aan, zoals dat in tussenvonnissen in gerechtelijke
procedures wordt geformuleerd, 'het beproeven van een minnelijke regeling'. Dat
gebeurt dan tijdens een door de rechter bevolen verschijnen van partijen voor
de rechter (comparitie van partijen). De rechter schermt dan vaak, zonder
definitief oordeel uit te spreken, over de bewijslast en procesrisico's en
anderzijds over het belang van partijen bij een snelle oplossing die voorkomt
dat ieder van de partijen - hoe de uitkomst van de procedure ook zal zijn -
aanzienlijke proceskosten zal moeten maken. Op deze wijze brengt de
comparerende rechter partijen bij elkaar. Faciliterende
mediation wijkt van de eerste methode af doordat er niet of nauwelijks acht
wordt geslagen op de juridische standpunten. Bij het bereiken van een snelle
oplossing van het conflict wordt gefocussed op de onder de conflicten liggende
belangen. Het doel is de communicatie tussen partijen te verbeteren waardoor
met zicht op de achterliggende belangen tot een oplossing kan worden gekomen.[10]
De verbeterde communicatie maakt het ook in de toekomst makkelijker zelf
eventuele conflicten op te lossen. De mediator is vooral procesbegeleider. De
transformatieve mediation, tot slot, heeft als hoofddoel het tot stand brengen
van verzoening opdat de relatie tussen partijen wordt verbeterd waardoor die
ook kan voortduren. De aandacht van de mediator is gericht op het gedrag van
partijen en hun onderlinge relatie. De mediator probeert in beide veranderingen
tot stand te brengen. 3.
Naar
mediation online
E-mediation wordt
toegepast in de praktijk, dus is het aantoonbaar mogelijk. Wanneer wordt
gedifferentieerd naar methode en doel van de mediation en daaraan de discussie
wordt gekoppeld wat onder 'echte' mediation wordt verstaan, kan de conclusie
zijn dat e-mediation niet mogelijk is. Het is niet goed mogelijk faciliterende
en transformatieve mediation in een virtuele omgeving te laten plaatshebben. De
techniek biedt slechts beperkte mogelijkheden van het overbrengen van geluid,
beeld en tekst. Daardoor gaan veel aspecten van de communicatie tussen partijen
onderling en tussen partijen en de mediator verloren.[11] Al die aspecten zijn van belang bij het
besteden van aandacht aan de relatie tussen partijen. Door gemis van talrijke
subtiele aspecten van gedrag (lichaamstaal en vooral veranderingen daarin
terwijl de andere partij 'in beeld is') is de weg naar het bereiken van een
oplossing moeizamer. Hiervoor werd al
aangehaald dat de relatie tussen partijen centraal staat: er moet tot een
oplossing in het geschil gekomen worden waarmee alle bij het geschil betrokken
partijen tevreden zijn, zodat zij (in dezelfde verhouding als van voor het
dispuut) in de toekomst nog steeds ‘zaken’ kunnen doen. Er moet dus ook
rekening gehouden worden met emoties.[12]
Die emoties kunnen in virtuele sessies met partijen maar zeer beperkt gedetecteerd
worden. Bovendien is de lijfelijke aanwezigheid in een ruimte een belangrijke
factor. Een sessie in een ruimte heeft een eigen dynamiek waarin subtiele
elementen van psychologie en zichtbaarheid van menselijk gedrag een grote rol
spelen. Vooralsnog kan in virtuele sessies de werkelijkheid onvoldoende
benaderd worden. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het ook voordelen kan
hebben dat partijen niet lijfelijk in dezelfde ruimte aanwezig zijn, juist
wanneer het conflict emotioneel geladen is. Voor het soort
conflicten waarvoor faciliterende maar vooral transformatieve mediation
geïndiceerd is, lijkt e-mediation ongeschikt. Er zijn criteria
aan de hand waarvan kan worden nagegaan of een geschil zich wel leent voor
oplossing door mediation. Die criteria zijn inhoudelijk, betreffen de aard van
het geschil, en raken niet de vraag of mediation langs elektronische weg kan
plaats hebben. Kwalificeert een geschil zich voor mediation, dan kan dat in
beginsel ook 'e-mediation' zijn. Dat is in beginsel zo omdat er factoren een
rol spelen bij het proces van (een aantal vormen van) mediation die in de
elektronische context ontbreken. Wat offline mediation betreft worden niet
enkel binnen het privaatrecht (arbeidsconflicten, familierechterlijke
kwesties), maar ook binnen het straf- en bestuursrecht mogelijkheden gezien.[13] Ook in een online omgeving kan voor de
meeste geschillen, tenminste gedeeltelijk, e-mediation plaatsvinden. Het voorafgaande
lijkt voor veel gevallen de mogelijkheid van online mediation uit te sluiten.
De technische faciliteiten die er op dit moment bestaan geven echter voldoende
gelegenheid om, behalve het uitwisselen van tekstuele informatie via e-mail en
chat, ook virtuele bijeenkomsten te houden door video conferencing[14]. In beginsel kan in een elektronische
omgeving dus iedere mediation worden gefaciliteerd. Dit wordt onder andere
geïllustreerd door de in de bijlage opgenomen chat sessie. Niet alleen wordt
hierin een probleem casus naar tevredenheid van beide partijen opgelost, maar
bij het lezen van het script is duidelijk welke dynamiek en emotie zelfs enkel
met woorden kan worden overgebracht. Hoewel er altijd
mediation zal zijn die zich niet leent voor (gedeeltelijke) online afhandeling,
kunnen partijen in de meeste gevallen op adequate wijze door de techniek
ondersteund worden bij de mediation. Een onderbouwing hiervan is onder meer te
vinden in het in 2003 verschenen boek Online-Mediation.[15] Hierin worden verschillende experimenten
met en randvoorwaarden voor e-mediation behandeld. Bij de vraag naar de
mogelijkheid wordt in dit boek niet eens stilgestaan.[16] 4.
e-Mediation
in de praktijk
Een belangrijke
impuls voor e-mediation is dat er bij de toenemende handel via het internet
behoefte ontstond aan laagdrempelige, eenvoudige en snelle afwikkeling van
klachten[17]. In de analoge wereld is uiteraard ook
het dichtslibben van de reguliere rechtspraaksystemen een stimulans geweest
voor alternatieve geschillen beslechting zoals mediation. Dit zijn zeer
pragmatische redenen om tot snelle oplossingen te kunnen komen. De trend van de
laatste paar jaar in de online geschillenbeslechting is dat de eerste door de
(Amerikaanse en Canadese) wetenschap ontwikkelde non-profit ODR initiatieven
vercommercialiseerd worden. Enkele voorbeelden van providers die online
mediation diensten aanbieden zijn: Consensus Mediation
<www.consensusmediation.co.uk>, Online Resolution
<www.onlineresolution.com> en Mediation Arbitration Resolution Service
(MARS) <www.resolvemydispute.com>. De meeste
mediators die off line actief zijn, zijn veelal van mening dat mediation
ongeschikt is als online toepassing, vanwege het ontbreken van het voor
mediation belangrijke face-to-face element. Hierdoor zijn de emoties van de in
het geschil betrokken partijen niet voor elkaar (en de mediator) zichtbaar ijn.
Ondanks dat online face-to-face communicatie mogelijk is met behulp van
bijvoorbeeld video conferencing, verandert dit weinig aan de mening dat een
online omgeving niet geschikt is voor mediation. Ook zonder het
face-to-face element kan mediation echter succesvol zijn. Bijvoorbeeld in het
geval dat de emoties tussen partijen hoog opgelopen zijn in het geschil; zoals
zich dat off line wel voordoet bij echtscheidings- en arbeidsgeschillen. In een
dergelijke situatie kan de aanblik van de ene partij alleen al opnieuw tot
zulke heftige emoties bij de andere partij leiden, dat een enigszins normale
communicatie tussen partijen niet meer mogelijk is en de mediation dus bij
voorbaat gedoemd is te mislukken. E-mediation met
behulp van e-mail, chatprogramma’s of chatrooms, waarbij partijen elkaar niet
recht in de ogen hoeven te kijken, kan hier een oplossing zijn. 4.1
Het eBay
e-mediation experiment
Dat mediation
daadwerkelijk (zeer) succesvol kan zijn wanneer zij online gebezigd wordt, -zonder face-to-face
contact- blijkt bijvoorbeeld uit het door Katsh, Rifkin en Gaitenby in 1999
gedane onderzoek bij de Amerikaanse veilingsite eBay. Doel van dit onderzoek
was ondermeer om na te gaan hoe succesvol een online mediator kan zijn wanneer
de interactie tussen de partijen en de mediator plaatsvindt zonder face-to-face
bijeenkomsten.[18] Aan het onderzoek bij eBay is een onderzoek bij een andere (kleinere)
Amerikaanse online veiling, Up4Sale[19], vooraf gegaan. Up4Sale en eBay willen
hun gebruikers de mogelijkheid bieden om geschillen op te lossen die ontstaan
zijn naar aanleiding van de transacties via de veilingsite. Het eerste onderzoek bij Up4Sale heeft een maand geduurd. In deze periode
komen er wekelijks 2 tot 4 klachten binnen. Het onderzoek bij het veel grotere
eBay duurt daarentegen slechts twee weken. Gedurende die twee weken doen 225
kopers en verkopers een beroep op deze service. Op zich is dit aantal vrij
laag, als men bedenkt dat er in die periode waarschijnlijk meer dan een miljoen
transacties tussen kopers en verkopers via de eBay-site hebben plaatsgevonden.[20] Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat
eBay geen ruchtbaarheid aan de door haar geboden e-mediationservice heeft
gegeven (op haar website) en dat de link naar deze geschillenbeslechtings-service
zich niet op de homepage bevond, maar twee lagen daaronder. Van de 225 klachten
hebben 80 niets te maken met een eBay transactie of is het geschil reeds
opgelost voordat de e(Bay)mediator zich over het geschil heeft kunnen buigen.
Van de resterende 145 klachten weigert de ‘weder’-partij 37 keer om deel te
nemen aan de mediation. In de overige 108 gevallen wordt de e-mediation 50 keer
succesvol en 58 keer niet succesvol toegepast. Uit het onderzoek is gebleken dat het niet overgaan tot levering (‘nondelivery’)
een van de meest voorkomende klachten is, naast onder andere ‘nonpayment’ en
‘damage to reputation’. Dit laatste hangt samen met het eBay-feedback
ratingsysteem. Kopers posten op de eBay site hun ervaring(en) met bepaalde
verkopers. Dit feedback systeem speelt een belangrijke rol omdat verkopers er
‘alles’ aan doen om negatieve feedback van de site ‘verwijderd’ te krijgen.
Negatieve feedback kan de veilingcarrière van verkopers van eBay ruïneren.[21] Dit kan een motiverende factor voor de
verkoper zijn om de e-mediationprocedure zelf te starten of om mee te werken
aan een door de koper geïnitieerde e-mediationprocedure. Kopers willen de
negatieve feedback meestal wel verwijderen, maar daarvoor moet eerst het
geschil wat ze met de verkoper hebben, opgelost worden. De e-mediator
fungeerde als doorgeefluik voor de berichten die de partijen uitwisselden via
e-mail. Hierbij herschreef de e-mediator in sommige gevallen de bestaande tekst
zodat het bericht niet bot of onaardig over zou komen. Ook werden in voorkomende
gevallen vragen in de e-mail van de ene partij ingevoegd alvorens deze naar de
andere partij door te sturen. Als lastig ervaren werd de onmogelijkheid
verschillende mediationstijlen toe te passen. Daarbij is het voor de e-mediator
moeilijk om de toon van een e-mailbericht af te zwakken zonder belerend en
veroordelend te klinken. Als extra moeilijkheidsfactor bij deze e-mediation
werd het ontbreken van een anders dan incidentele relatie tussen de verkoper en
koper[22] gezien, waardoor de e-mediator beperkt
werd in het stellen van vragen waarmee normaliter het vertrouwen tussen
partijen wordt opgebouwd. Of het ontbreken van een relatie tussen de kopers en
verkoper van eBay altijd opgaat, is overigens nog maar de vraag. In bepaalde
productcategorieën -denk bijvoorbeeld aan de verkoper van antiek of postzegels
en de kopers die het fanatiek verzamelen- schijnen het juist veelal dezelfde
mensen te zijn die op veilingsites handelen. De koper en verkoper zijn elkaar
dus al wel eens eerder tegen gekomen en zullen elkaar nog wel eens tegen
(willen) komen. Enkele algemene
aspecten van ODR hebben ook een rol gespeeld bij het succes van dit ODR
experiment. Bijvoorbeeld dat bij deze geschillen relatief weinig geld gemoeid
is, of dat de koper en verkoper op grote afstand van elkaar wonen en/of dat het
lonend is om de ‘strijd’ aan te gaan, immers e-mediation is niet alleen snel,
maar ook goedkoop als het online plaatsvindt. Dit experiment
heeft niet alleen aangetoond dat er behoefte is aan ODR, in casu e-mediation, maar
erin geresulteerd dat er op deze eBay veilingsite een
‘geschillenbeslechtings’-link is opgenomen, waarbij men tegenwoordig
doorverwezen wordt naar de site van de in 2000 opgerichte geschillenoplosser
SquareTrade.[23] Dit is inmiddels een van de weinige succesvolle
ODR-sites. Belangrijke redenen voor het succes zijn onder andere het grote
aantal transacties op eBay en vooral het gemak waarmee de provider gevonden
wordt (link op eBay site). De methode van geschillenbeslechting is enigszins
veranderd: e-negotiation dient als voorportaal voor e-mediation. Komen partijen
er met (e)negotiation niet uit (wat overigens doorgaans wel zo is), dan pas
wordt er overgegaan tot (e)mediation door SquareTrade. 4.2
Emediation.nl
In het najaar van
2002 is op initiatief van de Groningse advocaat en gecertificeerd NMI-mediator
Erik Roelvink de eerste en tot nog toe enige Nederlandse e-mediationservice
<www.emediation.nl> operationeel geworden. Elk soort geschil, online of
off line ontstaan, kan hier in beginsel online beslecht worden.[24] Deze e-mediation
kan online aangevraagd worden door middel van het invullen van het
e-mediationformulier op de website.[25] Dit standaardformulier vangt aan met het
veld waarin het conflict omschreven kan worden. De omschrijving van het
conflict is in tegenstelling tot de daarop volgende in te vullen velden (o.a.
NAW-gegevens) niet verplicht. De e-mediator
neemt contact op met de ‘andere’ partij om te informeren naar diens interesse
om het geschil te e-mediaten óf als aangegeven is dat beide partijen bereid
zijn tot e-mediation volgt een uitnodiging voor een (private, beveiligde)
online bijeenkomst in de vorm van een chatsessie op de emediation.nl-website.
Door in te loggen op de emediation.nl-website -op het met de mediator
afgesproken tijdstip- komen partijen in het chatprogramma van emediation.nl
terecht. De e-mediator zal
de online mediationsessie aanvangen door na te gaan of partijen begrijpen wat
de e-mediation inhoudt en zal partijen vragen de NMI-voorwaarden te aanvaarden,
opdat de daadwerkelijk (e)mediationsessie kan beginnen. De berichten worden in
een onderwaterscherm –dat alleen zichtbaar is voor degene die het
desbetreffende bericht typt- gemaakt en via de ‘enter’-toets naar het (grote)
scherm gestuurd dat voor alle aanwezigen bij de chatsessie zichtbaar is. Het
hier gebruikte chatprogramma is te vergelijken met het populaire chatprogramma
MSN (Microsoft Network) Messenger behalve dat niet wordt aangegeven dat iemand
bezig is met het typen van een bericht. Hierdoor kan de discussie soms wat chaotisch
verlopen. Een verschil met
off line mediation is dat de emoties van partijen noch voor elkaar noch voor de
e-mediator zichtbaar zijn. Een ander verschil is dat wanneer een van de
partijen zich ongepast gedraagt, de e-mediator deze partij kan ‘uitzetten’; de
invoer van deze partij wordt dan (tijdelijk) niet meer zichtbaar gemaakt voor
de e-mediator en de andere partij. Het programma biedt niet de mogelijkheid om
apart met de e-mediator te chatten (caucus), terwijl een causus off line in
beginsel altijd mogelijk is. Een laatste opmerking betreft de mogelijkheid
terug te lezen wat eerder is gezegd. In een fysieke bijeenkomst bestaat deze
mogelijkheid uiteraard niet. Bij een geslaagde
mediation wordt een vaststellingsovereenkomst opgesteld door de (e)mediator. De
e-mediator stuurt alle bij het geschil betrokken partijen een e-mail, waarin
staat wat partijen overeengekomen zijn. De ondertekening bestaat in dit geval
uit het retourneren van de genoemde e-mail aan de e-mediator. Daarop krijgen de
partijen van de e-mediator de (eventueel aangepaste) definitieve versie van de
vaststellingsovereenkomst gemaild, waarmee de mediation als afgerond beschouwd
wordt. Afgezien van
geschillen waarbij de bij het geschil betrokken partijen op ‘grote’ afstand van
elkaar wonen, ziet Roelvink vooral een markt voor e-mediation waar het
arbeidsgeschillen betreft en dan met name voor die gevallen waarin de werknemer
ziek thuis zit en (de confrontatie face-to-face met) de werkgever op kantoor
(niet aan kan). Of emediation.nl net zo’n succes zal worden als de e-mediation
bij eBay zal afhangen van een aantal factoren, zoals bijvoorbeeld de bekendheid
van partijen met mediation in het algemeen, de bekendheid van deze
e-mediationsite in het bijzonder en het soort geschillen waarvoor de
e-mediation bedoeld is. Daarnaast zullen met name kosten die de e-mediation met
zich brengt een rol kunnen spelen voor partijen bij de beslissing om al dan
niet voor (e)mediation te kiezen. Dit speelt vooral bij (online)
consumentengeschillen waarvan de inzet vaak een klein bedrag is. 4.3
Vergelijking
email en chat
De beschreven
e-mediationprocedures tonen de op dit moment twee meest gebruikte methoden van
communicatie bij e-mediation: e-mail en chat, waarbij het voor mediation
belangrijke face-to-face contact tussen partijen (en de e-mediator) ontbreekt. In tegenstelling
tot chat wordt met e-mail niet real time gecommuniceerd. Email-berichten worden
over het algemeen niet direct na verzending gelezen (en beantwoord). Een ander
belangrijk verschil tussen chat en e-mail is dat de e-mediator de emails van
partijen aan elkaar kan bewerken alvorens deze door te sturen naar de andere
partij. Bij chat kan over het algemeen niets bewerkt/gewijzigd worden in de
communicatie door een ander dan degene die het bericht typt. Kortom: als een
partij eenmaal iets ‘gezegd’ heeft, dan is het ook definitief gezegd; net als
bij een off line bijeenkomst. 5.
Juridische
waarborgen mediation
5.1
Inleiding
Mediation (naast
rechtspraak) is in Nederland (nog) niet wettelijk geregeld, in tegenstelling
tot enkele andere EU Lidstaten. Zo beschikken Frankrijk, Engeland en Zweden
inmiddels over een wettelijke regeling voor mediation naast de gewone
rechtspraak. Voorts wordt in, onder meer, Duitsland, Oostenrijk en België reeds
gewerkt aan een wettelijke regeling.[26] Op dit moment
onderzoekt het Ministerie van Justitie de mogelijkheden voor een wettelijke
regeling over mediation (naast de gewone rechtspraak).[27] Ook lopen er inmiddels diverse projecten
bij de rechterlijke macht (het “landelijk project Mediation Rechterlijke
Macht”), waarbij het mogelijk is om bij sommige rechtbanken en gerechtshoven te
opteren voor mediation.[28]
Het gaat dan om zaken variërend van civiele, familie- en belastingzaken,
bestuurszaken en kort geding procedures.[29] Juridisch gezien
relevant is voorts Aanbeveling 2001/310/EG EG met betrekking tot de beginselen
voor de buitengerechtelijke organen die bij de consensuele beslechting van
consumentengeschillen betrokken zijn.[30] Hierin worden de volgende vier beginselen
uitgewerkt:
Het recht is bij
mediation voornamelijk van belang bij de aanvang (mediationclausule en inhoud
van de mediation), het afbreken van de mediation en na afloop van een geslaagde
mediation (de vaststellingsovereenkomst).[31] Aangezien mediation op vrijwillige basis
geschiedt, lijkt mediation voorshands een louter verbintenisrechtelijke relatie
te zijn tussen de betrokken partijen en de mediator. Aan de bovengenoemde fasen
van mediation zal vanuit een vermogensrechterlijke invalshoek het recht rond
mediation nader verkend worden. 5.2
Vooraf:
mediation clausule en de rechter[32]
Indien een tussen partijen gesloten overeenkomst
een mediation clausule bevat, kan een rechter daar dan straffeloos aan voorbij
gaan? Met name in arbeidsrechtzaken rekenen
kantonrechters, ook wanneer er geen contractuele verplichting is om over te
gaan tot mediation, het partijen aan wanneer zij niet willen meewerken aan een
vrijwillige poging het conflict in het kader van mediation op te lossen.[33] De kantonrechter te Amsterdam verklaarde een
vordering zelfs niet ontvankelijk omdat de eisende partij niet eerst tot
mediation was overgegaan:[34] “Indien
partijen overeenkomen hun geschillen te laten beslechten door middel van
bindend advies, is de partij die zich desondanks toch tot een gewone rechter
wendt, niet ontvankelijk in zijn vordering indien de andere partij zich op het
bindend adviesbeding beroept. Het geval als het onderhavige, waarin partijen
overeengekomen zijn een oplossing te zullen zoeken voor hun geschillen middels
Mediation, dient daarmee gelijkgesteld te worden.” Peter van Schelven uitte reeds kritiek op deze
uitspraak in het Tijdschrift voor Mediation[35].
In hoger beroep liet ook de rechtbank Amsterdam de overweging van de
kantonrechter niet staan.[36]
De rechtbank overweegt dat een contractuele mediation clausule niet zonder meer
op een lijn is te stellen met een arbitraal beding en/of een beding met
aanwijzing van een bindend adviseur. De Rechtbank geeft daarbij aan dat
kenmerkend is voor arbitrage en bindend advies dat een door partijen aangewezen
derde op een voor partijen bindende wijze beslist; dat is niet het geval bij
mediation, aangezien partijen daarbij zelf zoeken naar een minnelijke regeling
met behulp van een mediator. Van het beslissen van het geschil door een
mediator is derhalve bij mediation geen sprake, volgens de rechtbank. Met deze
uitspraak lijkt de gang naar de gewone rechter derhalve (weer) gewaarborgd. Bij een clausule waarin afgesproken is een geschil
aan een online mediator voor te leggen zal in beginsel hetzelfde gelden.
Mogelijk zal de rechter echter terughoudend zijn vanwege onbekendheid met de
mogelijkheid van mediation via internet. Voorts is van belang dat de vraag is
of in geval van B2C ecommerce wel een overeenkomst, met betrekking tot de
mediation clausule, tot stand is gekomen. Zoals bekend, lezen gebruikers
voorwaarden in de regel niet en is de vraag of de verplichting aan online
mediation mee te werken niet te ingrijpend is voor een dergelijke op algemene
aanvaarding van de voorwaarden gebaseerde verplichting daartoe. Daar komt nog
bij dat in casu niet alleen de rechter maar mogelijk ook de consument niet eens
weet wat (online) mediation is. 5.3 De inhoud van de mediationovereenkomst:
geheimhouding en verschoning
Wat mogen partijen dan doen met informatie die zij
van elkaar hebben ingewonnen tijdens de mediation? Eén van de basisvoorwaarden
voor mediation is vertrouwelijkheid tussen partijen: partijen mogen, bij een
mislukte poging tot mediation, niet worden opgehangen aan wat ze in het kader
van de mediation hebben uitgewisseld en (eventueel) willen inleveren. Zeker bij
ODR is de kans aanwezig dat partijen ‘gevoelige e-mails’ hebben uitgewisseld. De Model Overeenkomst Mediation bevat in artikel 4
een geheimhoudingsbepaling voor de ‘ruziënde’ partijen: “voor zover deze overeenkomst in samenhang
met het Reglement Partijen verplicht tot geheimhouding, geldt zij tevens als
bewijsovereenkomst in de zin van de Wet.” Naast een verplichting tot geheimhouding, bevat de
Model Overeenkomst dus ook een bewijsafspraak tussen partijen. Dit laatste punt
is een belangrijk middel in het waarborgen van de integriteit en
vertrouwelijkheid. Artikel 153 Rechtsvordering biedt partijen de mogelijkheid
om bewijsafspraken te maken. Dergelijke afspraken blijven (enkel) buiten
toepassing indien de afspraken betrekking hebben op feiten waaraan het recht
gevolgen verbindt die niet ter vrije bepaling staan van partijen. In het hiernavolgende zal
nader worden ingegaan op de positie van zowel de mediator als partijen zelf. 5.3.1
De mediator:
verschoning?
De mediator is, in beginsel, gehouden tot
geheimhouding. In de NMI gedragsregels voor de NMI Mediator, is in artikel 5
een geheimhoudingsbepaling opgenomen: “De Mediator betrekt geen derden bij de Mediation en verstrekt over de Mediation geen informatie aan derden, behoudens met toestemming partijen. De Mediator dient alle derden die hij bij de Mediation betrekt of over de Mediation informeert, schriftelijk geheimhouding op te leggen.” Deze geheimhoudingsplicht heeft echter een
contractuele basis; geen wettelijke. Er kan wellicht nog aansluiting worden
gezocht bij artikel 213 Sv., welk artikel strafbaar stelt het opzettelijk schenden
van enig geheim waarvan hij weet uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk
voorschrift en verplicht is het geheim te bewaren. Komt de mediator daarmee het
verschoningsrecht toe? Waarschijnlijk niet. Artikel 165 Rechtsvordering bevat
een algemene plicht voor een ieder die op wettige wijze is opgeroepen, om een
getuigenis af te leggen. Dit is slechts anders voor verschoningsgerechtigden.
Tot op heden kunnen alleen de notaris, de advocaat, de arts, de geestelijke en
– sinds enige jaren - de verpleegkundige, de reclasseringsambtenaar en de
juridisch medewerker zich op een verschoningsrecht beroepen. Staatssecretaris
Kalsbeek heeft over het verschoningsrecht geschreven dat het nog te vroeg is om
het verschoningsrecht voor, bijvoorbeeld een mediator, wettelijk vast te
leggen.[37] Het enige middel dat de mediator momenteel dan nog
rest is het inroepen van de bewijsovereenkomst: de mediator zou dan van de
oproepende partij kunnen verlangen dat deze afziet van hem als getuige te doen
horen. Zolang er nog geen verschoningsrecht is voor off
line mediators, geldt dit evenzeer voor online mediators. Gesteld kan worden
dat in een online omgeving een verschoningsrecht vanwege de veelal
elektronische vastlegging van de communicatie van groter belang is dan in een
offline context. 5.3.2
Partijen:
geheimhouding
Als gezegd, ook partijen hebben een plicht tot
geheimhouding. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot het maken van
bewijsafspraken. Is hiermee de vertrouwelijkheid voldoende gewaarborgd? Dat
valt nog te bezien. Bewijsafspraken hebben geen toepassing indien het feiten
betreft waaraan het recht gevolgen verbindt. Voorts, mondeling ingewonnen
informatie gedurende (mislukte) mediation kan via een partij-getuige verhoor
alsnog boven water gehaald worden, aangezien ook de partij-getuige geen
verschoningsrecht toekomt. Bij schriftelijke stukken, zoals bijvoorbeeld e-mail
correspondentie, kan de andere partij zich beroepen op onrechtmatig verkregen
bewijs in samenhang met de schending van de geheimhoudingsplicht, hetgeen een
wanprestatie is. Maar wat wordt hiermee bereikt? De civiele rechter
is behoorlijk flexibel voor wat betreft “onrechtmatig verkregen bewijs”. Er is
echter een uitspraak die reden kan geven tot optimisme. De President van de
Rechtbank Arnhem overwoog in een kort geding - waarin een niet door partijen
ondertekende vaststellingsovereenkomst werd overlegd, tegen de overlegging
waarvan de andere partij bezwaar maakte – dat het karakter van mediation met
zich meebrengt dat hetgeen zich daarin afspeelt, vertrouwelijk is, en dus niet
aan derden, ook niet aan een rechter, mag worden voorgelegd.[38]
Vervolgens oordeelt de President dat, mede met inachtneming van het bepaalde in
het NMI Reglement, de overlegging ten onrechte is geschied. Het feit dat de
mediation is geëindigd doet daaraan volgens de President niet af, aangezien het
vertrouwelijk karakter ook na beëindiging blijft bestaan. Ook al lijkt deze
uitspraak bemoedigend, dient niet vergeten te worden dat het hier slechts een
uitspraak in kort geding betreft. Het valt nog maar te bezien of deze tendens
wordt doorgezet. De schending van de vertrouwelijkheid is ook een
contractuele tekortkoming. De vraag is of dit voldoende waarborgen biedt. Het
kwaad (nl.: de overlegging van documenten) is immers al geschied. Rest de
andere partij doorgaans slechts een vordering tot schadevergoeding. Deze valt
moeilijk te bepalen en/of te berekenen. Immers, wat is dan de schade? Rechters
gaan hier doorgaans terughoudend mee om. Een oplossing zou kunnen zijn het
opnemen van een contractuele boete in de vaststellingsovereenkomst. Echter,
opgemerkt dient te worden dat dergelijke maatregelen ingaan tegen het karakter
van mediation, en derhalve – vermoedelijk – niet snel zullen bijdragen aan een
succesvolle mediation. Wanneer een dergelijke boete standaard wordt opgenomen
in een mediationovereenkomst, wordt hieraan enigszins tegemoet gekomen. Het zou
zelfs het vertrouwen van partijen kunnen vergroten. Wetende dat het buiten de
mediation brengen van informatie gesanctioneerd wordt, kan als gevolg hebben
dat partijen meer in vrijheid spreken. In een online omgeving, vanwege de
elektronische opslag van (veel van) wat tussen partijen is uitgewisseld, is een
dergelijk beding nog meer van belang. 5.4 Vrijblijvendheid: afgebroken Mediation
Kernpunt van
mediation is dat mediation tussen partijen plaatsvindt op vrijwillige basis.
Het staat elk der partijen – en overigens ook de mediator – vrij om de
mediation op elk gewenst moment te beëindigen. In de online omgeving is het
echter goed denkbaar dat partijen eerder geneigd zijn de mediation af te
breken. Het daadwerkelijk opstappen in een offline context is psychologisch een
grotere stap dan het virtueel weglopen. Het is bepaald niet uitgesloten dat
partijen alsnog een gerechtelijke of arbitrale procedure zullen opstarten
teneinde een beslissing te forceren. De vraag is of de rechten van partijen dan
voldoende zijn gewaarborgd. Ter illustratie kan de deelafspraak genoemd worden. Kunnen partijen
de reeds gemaakte deelafspraken tegen elkaar inroepen? De Model Overeenkomst
Mediation bepaalt hieromtrent in artikel 9 dat tijdens de loop van de mediation
tussen partijen gemaakte afspraken hen alleen binden voorzover deze
schriftelijk tussen hen zijn overeengekomen, alsmede dat partijen in een
dergelijke overeenkomst kunnen bepalen dat afspraken hen niet binden indien en
zodra de mediation wordt beëindigd zonder een vaststellingsovereenkomst. De Rechtbank
Utrecht besliste in een dergelijk geval als volgt.[39] In het kader van een boedelscheiding na
echtscheiding vindt mediation plaats tussen de voormalige echtelieden (in het
bijzijn van hun beide advocaten). De poging tot mediation bestond - zo blijkt
uit het feitenkader – uit twee langdurige besprekingen, aan het slot waarvan
partijen een ‘document’ hebben getekend (in ieder geval geen
vaststellingsovereenkomst). De mediator heeft vervolgens een
echtscheidingsconvenant aan (de advocaten van) partijen gezonden. Partijen zijn
echter niet tot ondertekening van het convenant overgegaan. Eén van beide
echtelieden vordert in conventie nakoming van het ondertekende ‘document’; de
andere betwist dat een (vaststellings)overeenkomst tot stand is gekomen,
althans juridisch bindende afspraken. De Rechtbank overweegt dat, nu de
vaststellingsovereenkomst niet is getekend wegens het late tijdstip, maar het
‘document’ de materiele inhoud van het convenant omvat, een overeenkomst tussen
partijen tot stand is gekomen, die voldoende concreet is dat daaraan uitvoering
kan en moet worden gegeven, en wijst de gevorderde nakoming van deze
overeenkomst toe. Indien deze
mediation zich in de online omgeving had afgespeeld, zou het ‘het ondertekende’
document waar men zich in deze zaak op beroept naar alle waarschijnlijkheid
ontbroken hebben aan een handtekening, omdat online over het algemeen volstaan
wordt met het terugsturen van de overeenkomst - i.c. ‘het’ document - aan de
mediator als ondertekening. Het ontbreken van de daadwerkelijke handtekening
zal echter, zeker in dit geval, niets afdoen aan het oordeel van de Rechtbank,
omdat de inhoud van het document beslissend is. Het enige dat een
rol had kunnen spelen wanneer ‘het’ document in de online omgeving tot stand
gekomen was, is het bewijzen van de echtheid van het document en daarmee de
handtekening, hetgeen in casu overigens niet im frage is. Een legitimatiebewijs
overleggen heeft in dit geval geen zin, maar wel zou bijvoobeeld de e-mediator
dat bewijs kunnen leveren middels de ontvangen email(s) van de partij die het
bestaan/ de ondertekening van ‘het’ document ontleend. 5.5
De uitkomst:
vaststellingsovereenkomst
Een door partijen
bereikte oplossing zal doorgaans in een vaststellingsovereenkomst worden
opgenomen. Zo bepaalt artikel 9 van de Model Mediation Overeenkomst van het NMI
dat een “ingevolge de Mediation in der minne bereikte oplossing van het geschil
tussen partijen zal worden vastgelegd in een daartoe strekkende schriftelijke
vaststellingsovereenkomst”. De in het BW opgenomen artikelen 7:900-7:906 BW
inzake de vaststellingsovereenkomst bevatten voldoende (juridische) waarborgen
voor betrokken partijen. De afdeling
bepaalt niet met zoveel woorden dat de vaststellingsovereenkomst in een
authentieke en/of onderhandse akte dient te worden vastgelegd. Er kan derhalve
worden volstaan met de normale regels omtrent aanbod en aanvaarding. Dat
betekent dat ook een elektronisch bereikte overeenstemming, zich in beginsel
zal kwalificeren als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikelen
7:900-7:906 BW. Overigens kan de rechter hier een vrije bewijswaarde aan
toekennen. Bij een online
vaststellingsovereenkomst dient aandacht te zijn voor de wijze waarop deze
opgesteld wordt en de ondertekening door partijen. Niet voor de hand ligt dat
door partijen een elektronische handtekening gebruikt wordt. Het enkel
terugmailen van de definitieve overeenkomst door partijen aan de e-mediator zal
in de regel volstaan. Hiermee wordt tenslotte door de desbetreffende partij
aangegeven dat de vaststellings(overeenkomst) aanvaard is, hetgeen voldoende is
voor het ontstaan van een dergelijke overeenkomst. Hoewel partijen
in beginsel harmonieus tot een oplossing komen, is het denkbaar dat over de
uitvoering van een (op het eerste gezicht) succesvolle mediation toch weer een
geschil tussen partijen rijst. In geval een der
partijen zich niet houdt aan de vaststellingsovereenkomst, kan de andere partij
gewoon nakoming vorderen. Partijen kunnen bovendien opteren om dit nieuwe
geschil wederom via mediation op te lossen. De Model Mediation Overeenkomst van
het NMI bepaalt bijvoorbeeld dat in geval van een geschil voortvloeiend uit een
vaststellingsovereenkomst, partijen in eerste instantie zullen trachten het
geschil op te lossen met behulp van mediation. Indien een oplossing door middel
van mediation onmogelijk is gebleken, bepaalt de standaard dat óf arbitrage óf
de gewone rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen (artikel 10.1
en 10.2 Model Mediation Overeenkomst). In het ultieme geval staat ook altijd
nog de weg naar de rechter open. Indien een tweede
mediation geen oplossing biedt, is het in de online omgeving net als in de off
line omgeving geen probleem om over te gaan tot de beslechting van het geschil
middels arbitrage. Online zijn zelfs meer arbitrage dan mediation providers te
vinden. De keuze om de rechter te visiteren, levert tot op heden een groter probleem
op. Er is nog geen een rechterlijke instantie die online rechtspreekt op
dezelfde wijze als zij dat off line doet.[40]
Het gevolg hiervan is dat daarmee de voordelen van het online je eigen geschil
oplossen in een keer verdwenen zijn. Voor het vanuit de luie stoel thuis op
kunnen lossen van het geschil komen onder andere weer de elementen reistijd,
reiskosten en het niet in een vertrouwde omgeving kunnen oplossen van het
geschil (thuis) in de plaats. 6.
Conclusie
De praktijk wijst
uit dat er grote behoefte bestaat aan een snelle oplossing van zowel binnen de
context van het internet ontstane problemen als ook in de offline omgeving
ontstane geschillen. Online mediation voorziet in adequate oplossingen. De bij
mediation gehanteerde uitgangspunten sluiten online mediation ook in het geheel
niet uit. Er zijn echter conflicten waarbij het vinden van een oplossing moet
plaatshebben in sessies waarin er door de interactie tussen mensen meer
mogelijk blijkt, dan door partijen zelf voor mogelijk werd gehouden. Dat houdt
verband met het psychologische proces waar partijen doorheen gaan onder
begeleiding van een mediator. Voor dergelijke conflicten zal de off line
variant van mediation van betekenis blijven, broederlijk naast vele vormen van
mediation waarbij techniek een ondersteunende of vervangende rol speelt in de
communicatie. Op dit moment zijn er echter al veel geschillen die online kunnen
worden afgehandeld. Onze verwachting is dat waarschijnlijk zelfs, om met de
woorden van de hierboven aangehaalde Roelvink te spreken, voor de huidige
peuters pubers zijn, online mediation op zeer grote schaal zal worden
toegepast. Literatuur
Barendrecht & Beukering-Rosmuller 2001 J.M. Barendrecht
& E.J.M. Beukering-Rosmuller, Recht
rond onderhandeling, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2001. Birke & Teitz 2002 R. Birke & L.E. Teitz, Mediation in 2001: The
Path that Brought America to Uniform Laws and Mediation in Cyberspace, American
Journal of Comparative Law 2002(50), p. 181-213. Bol & Lodder
2003 S.H. Bol & A.R. Lodder, Mediation online: over de kracht van de
techniek en haar beperkingen, Tijdschrift voor Mediation (te
verschijnen in 2003-4). Bonenkamp et al. 2001 H.J. Bonenkamp, A.F.M.
Brenninkmeijer, J. van Bruggen, P. Walters (red.), Handboek Mediation, Den Haag: SDU Uitgevers 2001. Brown & Marriott
1999 Henry J. Brown & Arthur L. Marriott, ADR Principles and Practice, London:
Sweet & Maxwell, 1999. Chin-A-Fat 2002 B. Chin-A-Fat, ‘Boekbespreking Handboek Mediation’, Rechtshulp 2002-4, p. 33-34. Combrink-Kuiters 2002 L. Combrink-Kuiters, ‘Het evaluatieonderzoek landelijke projecten mediation
Rechterlijke Macht en mediation Gefinancierde Rechtsbijstand: de stand van
zaken’, Tijdschrift voor Mediation 2002-3, p. 45-49. Combrink-Kuiters & Niemeijer 2003 C.J.M. Combrink-Kuiters
& E. Niemeijer, Mediation in de justitiële infrastructuur, Justitiële verkenningen 2003-8, p. 8-20. Conley Tyler & Bretherton 2003. M. Conley Tyler
& D. Bretherton, Seventy-Six and counting: an analysis of ODR sites, in:
A.R. Lodder et al. (eds.),
Proceedings of the ODR workshop.org, Edinburgh, June 28 2003, p. 13-28, voor
het uitgebreide Exploration Report van dezelfde auteurs zie
<http://odrworkshop.org/odr2003.pdf>. De praktijk van mediation in ons omringende landenDe praktijk van mediation in ons omringende landen. Een vergelijkend onderzoek verricht in opdracht van het Ministerie van Justitie door Annie de Roo en Rob Jagtenberg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam, maart 2003 Fisher & Ury 1981 R. Fisher & Ury, W., Getting to YES: Negotiating Agreement Without Giving In, Boston: Haughton Mifflin 1981. Genn 2003 H. Genn, Mediation in Engeland en Wales, Justitiële verkenningen 2003-8, p. 42-55. Katsh, Rifkin
& Gaitenby 2000 E. Katsh, J.
Rifkin & A. Gaitenby, ‘E-Commerce, E-Disputes, and E-Dispute Resolution: In
the Shadow of ‘eBay Law’’, Ohio State Journal on Dispute Resolution,
Vol. 15, nr. 3, 2000, p. 705-734. Verkrijgbaar via <http://www.umass.edu/cyber/katsh/pdf>. Katsh & Rifkin 2001 E. Katsh & J. Rifkin, Online Dispute Resolution: Resolving Conflicts in Cyberspace. San Francisco Ca.: Jossey-Bass 2001. Lodder 2001 A.R. Lodder, eADR of ODR:
wereldwijde geschillenoplossing, wereldwijd recht?, Computerrecht 2001/5, p. 232-239. Lodder & Thiessen 2003 A.R. Lodder & E.M.
Thiessen, 'The role of Artificial Intelligence in Online Dispute Resolution',
in: D. Choi & E. Katsh (eds.), Proceedings
UN forum on ODR, in press. Madonik 2001 B.G. Madonik, I Hear What You Say, But What Are You Telling Me? The Strategic Use of Nonverbal Communication in Mediation, San Francisco Ca.: Jossey-Bass 2001. Märker &
Trénel 2003 O. Märker & M. Trénel (eds.), Online-Mediation. Neue Medien in Der
Konfliktvermittlung - Mit Beispielen Aus Politik Und Wirtschaft, Berlin:
Edition Sigma 2003. Pel 2003 M. Pel, Mediation naast rechtspraak; naar effectieve geschilafdoening op maat, Justitiële verkenningen 2003-8, p. 21-34. Pel & Spliet 2003 M. Pel & M.M.A. Spliet, ‘Implementatie van mediation naast
rechtspraak’, NJB 2003-36, p.
1897-1902. De Roo e.a. 2000 A.J. De Roo e.a., Verslag Workshops NMI Mediation Day 2000, Tijdschrift voor Mediation 2000-4. Rule 2002 C. Rule, Online Dispute Resolution for Businesses, San Francisco Ca.: Jossey-Bass 2002. Van Schelven 2001 P.C. van Schelven, ‘De mediationclausule en het burgerlijkprocesrecht’, Tijdschrift voor Mediation 2001-4, p. 87-90. Wackie Eysten 2001 P.A. Wackie Eysten, ‘Formele aspecten’, in: Handboek Mediation, H.J. Bonenkamp, A.F.M. Brenninkmeijer, J. van Bruggen, P. Walters (red.), Den Haag: SDU Uitgevers 2001, p. 305-313. BijlageScript van een mediation sessie over een gefingeerde casus bij
Emediation.nl. 1.
Welkom Arno
Lodder 2.
Stephanie
Bol is de chat binnengekomen. 3.
Arno Lodder:
Ik heb bij Bol een boek besteld, betaald, maar ze heeft het nog steeds niet
opgestuurd. 4.
Mediator is
de chat binnengekomen. 5.
Mediator:
goedemorgen, welkom bij de emediation via erik roelvink 6.
Arno Lodder:
goedemorgen 7.
Stephanie
Bol: goedemorgen 8.
Mediator: ik
zie dat jullie online zijn. Ik stel voor dat jullie in het kort aangeven wat
het geschil is 9.
Arno Lodder:
Een week of 6 terug heb ik het boek Beyond Winning van Mnookin bij Stephanie
Bol besteld, 4 weken geleden heb ik EURO 35 naar haar rekening overgemaakt,
maar op dit moment heb ik het boke nog steeds niet ontvangen 10. Stephanie Bol: Dat klopt. De betaling is
ontvangen en het boek is opgestuurd 11. Mediator: het boek is dus opgestuurd,
waren er afspraken gemaakt over de termijn van levering Arno ? 12. Arno Lodder: Het zou worden verzonden
direct na ontvangst van de betaling 13. Mediator: Stephanie , klopt dat en hoe is
het gegaan ? 14. Stephanie Bol: de betaling is drie weken
geleden bijgechreven op onze rekening en het boek is vervolgens per post
verzonden 15. Mediator: Arno, Stephanie geeft aan dat ze
conform afspraak eea heeft afgewikkeld, is dat juist ? 16. Arno Lodder: Weet ik niet, het bewijs in
de vorm van een in mijn bezit zijnd exemplaar van het boek ontbreekt in ieder
geval 17. Mediator: Stephanie, wat is de termijn van
levering ongeveer, maw wanneer kan Arno het boek in zijn bezit hebben ? 18. Stephanie Bol: arno had het boek al moeten
hebben. de post doet normaal gesproken 2 dagen over een dergelijke verzending
op deze afstand 19. Mediator: dus als ik het goed begrijp zijn
jullie beide je afspraken nagekomen en ligt het probleem bij de post ? 20. Stephanie Bol: ja, wat mij betreft wel 21. Arno Lodder: Geen idee, ik vertrouw
Stephanie niet echt 22. Stephanie Bol: nou zeg, alsof ik een
leugenaar ben!!! 23. Arno Lodder: je hebt het nadeel van de
twijfel 24. Mediator: Arno, leg eens uit , hoezo
vertrouw je haar niet 25. Arno Lodder: Ik had enige twijfels toen ik
haar site bezocht, maar hoorde van een collega dat ze altijd stipt levert, dus
heb toen toch maar besteld. 26. Mediator: dus het vertrouwen zit in de
termijn en wijze van levering of is er nog meer ? 27. Arno Lodder: dat en de indruk die de site
gaf, verder niet 28. Mediator: Arno, wat moet er gebeuren om te
onderzoeken hoe het zit met de levering ? 29. Arno Lodder: Tja, is er is niet
aangetekend verstuurd neem ik aan, en het adres zal geod zijn, geen idee
eigenlijk 30. Mediator: Stephanie, hoe zie jij dit ? 31. Stephanie Bol: er is inderdaad niet
aangetekend verstuurd; dat kan echt niet voor die prijs en tsja een adres
overschrijven is niet zo moeilijk, dus daar zijn geen fouten mee gemaakt, dat
weet ik zeker 32. Mediator: Wat betekent dit nu ? 33. Stephanie Bol: dit betekent dat wij ons
aan de afspraak hebben gehouden 34. Mediator: Arno ? 35. Arno Lodder: Dat ik mijn boek niet heb en
er wel voor betaald heb 36. Mediator: Arno, op welke wijze kan
Stephanie je nu helpen om te krijgen wat je wilt ? Als ik het goed begrijp
heeft ze gedaan wat is afgesproken en is het nu even wachten op de
postbezorging ? 37. Arno Lodder: Als de post zou kruipen had
ik het al 2 weken terug moeten hebben, nee, ik wilde juist mediation omdat ik
het niet meer verwacht en zou het op prijs stellen als het boek (nogmaals?) zou
kunnen worden opgestuurd 38. Mediator: Stephanie ? 39. Stephanie Bol: ik zou best het boek nog
een keer willen opsturen, afgezien van de schade die ik daardoor leid (twee
boeken voor de prijs van een leveren), heb ik door de valse beschuldigen van
arno daar eigenlijk niet zo'n zin meer in 40. Mediator: Stephanie, wanneer heb je het
boek opgestuurd ? 41. Arno Lodder: een sympathiek gebaar, ik
trek al mijn verdachtmakingen in 42. Stephanie Bol: boek is vorige week
opgestuurd 43. Arno Lodder: apart net zei je 3 weken
geleden 44. Stephanie Bol: niet waar! 45. Mediator: Wat is nu juist ? 46. Arno Lodder: je had de betaling 3 weken
teurg ontvangen en het beok gelijk opgestiird, zei je aan het begin bvand eze
sessie dus je spreekt jezelf tegen 47. Stephanie Bol: ik heb gezegd dat ik drie
weken na de bestelling het geld binnen had en toen het boek op de post heb
gedaan. nu dus een week geleden 48. Arno Lodder: ik heb zes weken geleden
besteld, rekenen is niet je sterkste kant 49. Stephanie Bol: ja, nou moet je
ophouden......zeg, eerst zei je nog vier weken geleden dat je wat besteld had! 50. Stephanie Bol: mediator, kan ik niet even
alleen met u spreken? 51. Mediator: Jullie blijven het niet eens
over de tijdstippen, maar wat moet er nu gebeuren om erachter te komen wanneer
Arno het boek ontvangt ? 52. Stephanie Bol: hij moet het al ontvangen
hebben.....volgens mij wil hij gewoon nog een gratis extra exemplaar hebben 53. Arno Lodder: ik heb net even teruggescrold
en ze zit gewoon keihard te liegen 54. Mediator: Stephanie, het is mogelijk om
alleen te spreken , maar zoals je weet gebruik ik die knop alleen wanneer Arno
zich te buiten gaat on onheus gedrag 55. Mediator: waarom hadden jullie ook al weer
gekozen voor emediation ? 56. Stephanie Bol: okay, maar ik word niet
goed van al die beschuldigingen van arno 57. Arno Lodder: beschuldigingen, ik heb 6
weken geleden besteld, lees maar na, je geloofwaardigheid dot dit weignig goed 58. Stephanie Bol: voor mij geldt dat ik vind
dat elke klant tevreden moet zijn over mijn 'winkel' en wil daar mijn best voor
doen 59. Mediator: Stephanie, wat heb je Arno te
bieden om dat doel te bereiken ? 60. Arno Lodder: ik ben tevreden als ik het
boek krijg en zal dan positieve reclame maken, nu als het zo blijft doe ik dat
nbatuurlijk niet 61. Stephanie Bol: als arno mij blijft
beschuldigen, heb ik geen zin om hem ook maar enigszins tegemoet te komen. hij
mag eerst wel eens echt zijn excuses maken voor ik er over na ga denken hem
tegemoet ga komen 62. Arno Lodder: ik heb een contrsuctief
voorsdtel, ik krijg het boek per aangetekende post, en zal de ksoten voor
verzending voor mijn rekening nemen 63. Arno Lodder: dan weten we zeker dat het
goed gaat 64. Mediator: Arno , en wat wanneer het andere
boek ook komt ? 65. Arno Lodder: dat retourneer ik dan 66. Mediator: Stephanie ? 67. Mediator: Stephanie ?? 68. Stephanie Bol: oke, ik daar kan ik best
mee accoord gaan, maar wat als ik dat boek nou niet terugkrijg. Na al die
leugens heb ik er niet zoveel vertrouwen in dat hij het terug zal sturen.
Bovendien wie betaalt die verzending dan. Ik niet in ieder geval. En daarnaast
wil ik excuses voor arno's gedrag 69. Mediator: Arno ? 70. Arno Lodder: Ik heb mezlef niet
tegengesproken, kan zijn dat je ook niet die opzet had, overigens heb ik de
kwlalificvatie leigen nooti gebruikt hoe dan ook, ik wil best mijn edcuses
maken en zal een alsnog bezorgd boek persoonlijk langsbregen (scheelt weer
porto) 71. Mediator: Stephanie ? 72. Stephanie Bol: arno heeft inderdaad de
kwalificatie liegen niet gebruikt, maar zijn woorden spraken boekdelen!! 73. Mediator: Als ik het goed begrijp wordt er
een boek gestuurd op kosten van Arno en levert hij het 2e boek weer in wanneer
dat alsnog wordt bezorgd. daarnaast hebben jullie duidelijk gemaakt wat er
allemaal is gebeurd. is er nog meer ? 74. Stephanie Bol: dat wil ik best doen, maar
hoe weet ik nou, dat arno het reeds verstuurde exemplaar niet al gewoon thuis
heeft liggen? 75. Stephanie Bol: en wat als hij het niet
opstuurt, waar kan ik dan verhaal halen? 76. Arno Lodder: ik begrijp dat mijn
integriteit in twijfel wordt getrokken 77. Arno Lodder: weten kun je het niet, is een
kwestie van vertrouwen 78. Mediator: Stephanie ? 79. Arno Lodder: volgens mij wil ze er
odneruit uit kom,en, laat amar ik bestel het boek ergens anders en zal haar
zwart maken 80. Arno Lodder: dit wilde ik nog achter ed
hand hiouden (skip vorige opmerking 81. Mediator: Arno, laat Stephanie even
reageren 82. Stephanie Bol: ja, als je weer zo begint,
wordt het nooit wat! 83. Mediator: Stephanie, blijkbaar wilde Arno
doe opmerking niet maken, het nadeel is dat hij wel op enter had gedrukt, dus
wil je reageren op het vertrouwen ? 84. Stephanie Bol: ik wil best een nieuw boek
opsturen op arno's kosten, maar dan wil ik wel weten wat ik kan doen als hij
het eerste exemplaar niet terugstuurt.... 85. Mediator: Stephanie, wat zou je dan willen
? 86. Stephanie Bol: ik wil een antwoord op wat
ik moet doen als ik het eerste exemplaar niet teruggestuurd krijg. verder wil
ik een serieus excuus van arno en dan stuur ik het boek wel opnieuw op op
arno's kosten 87. Mediator: Arno? 88. Arno Lodder: Het spijt mij 89. Mediator: Stephanie ? 90. Stephanie Bol: okay, maar wat als ik mijn
boek niet terugkrijg? kan ik dan bij u -mediator- klagen? 91. Stephanie Bol: of kan ik deze sessie als
bewijs uitprinten? 92. Arno Lodder: ik begrijp dit niet, hoe kan
zij nou weten dat ik het wel heb en niet terugsttur in gweval ik dat zou willen
(wat niet zo is) zou ik dat echt niet aan haar kenbaar maken 93. Mediator: Bij emediation is het zo dat de
afspraken duidelijk worden vastgelegd. Wanneer een van jullie dat niet nakomt
kan er een nieuwe sessie worden afgesproken. jullie kunnen het niet uitprinten 94. Stephanie Bol: okay...dan vertrouwen we
daar maar op. 95. Mediator: Arno? 96. Arno Lodder: oh, heb zojuist selcta ll
gedann en zp de gehele sessie lokaal gezte 97. Arno Lodder: OK 98. Arno Lodder: Ik citeer bijvoorbeeld:
Stephanie Bol: de betaling is drie weken geleden bijgechreven op onze rekening
en het boek is vervolgens per post verzonden 99. Mediator: Mooi, de afspraken zijn
duidelijk. Ik ga er van uit dat de sessie hiermee ten einde is. mochten er nog
vragen zijn of er zich problemen voordoen, dan weten jullie mij te bereiken 100.
Arno Lodder:
Perfect, hartelijk dank [1] Fisher & Ury 1981. Fisher en Ury zijn bekend van PON, Project On Negotiation, ook wel bekend als Harvard Negotiation Project. De huidige directeur van PON is Robert Mnookin, zie ook het transcript van de bijlage waar de inzet de levering van een boek van Mnookin was. [2] Voor een recent overzicht zie Conley Tyler & Bretherton 2003. [3] Bonenkamp et al. 2001. De tweede druk is in 2003 verschenen, zie verder <www.mediation-handboek.nl>. [4] Zowel in 2001 als 2002 zijn er een kleine 1500 mediations geregistreerd meldt de site van de NMI (Cijfers en trends) <http://www.nmi-mediation.nl/>. [5] Genn 2003 geeft enkele mogelijke verklaringen voor het gebrek aan vraag, waaronder onbekendheid van mediation. [6] Chin-A-Fat 2002. [7] Ontleend aan S.H. Bol, hoofdstuk ADR, proefschrift in voorbereiding. Zie voorts met name Brown & Marriott 1999, p. 128-131 en Bonenkamp et al. 2001, p. 7-9. [8] Zie over dit onderwerp Bol & Lodder 2003. Over de toepassing van geavanceerde technologie in ODR, zie Lodder & Thiessen 2003. [9] Zie onder meer Brik & Teitz 2002 en De Roo e.a. 2000. [10] Vergelijk in dit verband de door Fisher & Ury 1981 aangedragen methode ‘Separating the principles from the peolpe’. [11] Zie hierover uitgebreid Madonik 2001. [12] Zie ook Barendrecht & Beukering-Rosmuller 2001, p. 20-21. [13] Zie voor referenties Lodder 2001. [14] Er zijn cameratechnieken in ontwikkeling (Eckhart Wintzen) die bij een videosessie een meer realistische en 'gesprek evenarende' ervaring geven doordat de gespreksdeelnemers in de ogen gekeken kunnen worden. Zie <www.exovision.nl>. [15] Märker & Trénel 2003. [16] Uitgebreid over de mogelijkheden van emediation zie Katsh & Rifkin 2001 en Rule 2002. [17] Zie onder meer Birke & Teitz
2002. [18] Katsh, Rifkin & Gaitenby 2000. [19] Up4Sale is een kleine veilingsite, die uiteindelijk door eBay overgenomen is en sinds 15 februari 2000 geheel opgegaan is in eBay. [20] Katsh, Rifkin & Gaitenby 2000. [21] Dit valt af te leiden uit de beantwoording van de vraag: ‘Why would most eBay users be willing to participate with us?’ ‘Whether or not they actually wished to reach a mutually acceptable outcome, the typically had concerns about further participation and involvement in eBay and about how the dispute might affect their future in eBay. Ebay was important to them, and eBay ran its site in such a way that user’s eBay future could be affected by disputes that arose…’, . Zie Katsh, Rifkin & Gaitenby 2000. [22] De eBay-geschillen worden als ‘particularly relationshipless’ gekwalificeerd, omdat ‘these buyers and sellers often have engaged in only the transaction that is being contested. Nor do these buyers and sellers typically anticipate that they will have a future commercial relationship.’ Zie Katsh, Rifkin & Gaitenby 2000. [23] Zie <www.squaretrade.com>. Zie over het ontstaan van Squaretrade, Rule 2002, p. 102-105 en Katsh & Rifkin 2001, p. 66-67. [24] Zoals te lezen is op <http://www.emediation.nl/index2.html>: ‘Alle geschillen waarvan u meent dat ze geschikt zijn om op te lossen via mediation kunt u aanmelden op deze site.’ [25] Het aanvraagformulier is te vinden op <http://www.emediation.nl/formaanvraag.htm>. [26] De praktijk van mediation in ons omringde landen, p. 75. Van de elf onderzochte landen (Frankrijk, België, Spanje, Italië, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Engeland) hadden vrijwel alle landen regelgeving inzake mediation bij arbeidsgeschillen. In familiezaken bestaan in de meeste landen verwijzingssystemen (mediation naast rechtspraak) of deze worden voorbereid. [27] In het najaar van 2003 beoogt de Minister van Jusititie hieromtrent een beslissing te nemen. Brief van 20 juni 2003 met als onderwerp ‘Tussenbericht ADR/Mediation’, te raadplegen via < http://www.rechtspraak.nl/over_rechtspraak/informatie_over_rechtspraak/VI_mediation/main.htm>. [28] Combrink-Kuiters & Niemeijer 2003, Pel 2003 en Pel & Spliet 2003. Zie ook eind oktober 2003 verschenen WODC-eindrapport Ruimte voor mediation. Evaluatie van projecten bij de rechterlijke macht en gefinancierde rechtsbijstand. [29] Voor een overzicht van de resultaten, Combrink-Kuiters 2002. Voorts <Rechtspraak.nl>. Zie ook de bijdrage van de landelijke projectleider Machteld Pel in 10.2 van Bonenkamp et al. 2001, p. 214-224 alsmede in dezelfde paragraaf in de versie van 2003, <http://www.handboek-mediation.nl/link.php?x=2&y=2&i=3&l=2>. [30] Aanbeveling 2001/310/EG van de Commissie van 4 april, (C(2001) 1016), PB L 109, 19.4.2001, p. 56-61. [31] Zie ook Brenninkmeijers ‘hoofdstuk 13 Juridische aspecten van
mediation’ in de tweede druk van Handboek
Mediation. [32] Bij deze en de volgende paragrafen is veel inspiratie geput uit Wackie Eysten 2001. [33] Zie onder meer: PRG 1998 nr. 5069, PRG 2000 nr. 5568, JAR 1998 nr. 219 en JAR 2000 nr. 51. [34] Kantonrechter Amsterdam 21 december 2000, NJ KORT 2001/13. [35] Van Schelven 2001. [36] Rechtbank Amsterdam, 6 oktober 2002, NJ 2003/87. [37] Kamerstukken II 2001/2002, 26 352, nr. 60. [38] President Rechtbank Arnhem, 4 februari 2000, KG 2000/65. [39] Rechtbank Utrecht 23 januari 2002, NJ 2002, 310. [40] Anno 2003 is er een online werkende rechterlijke instantie waar te nemen op het internet: the Singapore Subardinate Court. Zij biedt echter enkel de mogelijkheid om, gratis en voor een ieder waar ook ter wereld, geschillen via e-mediation op te lossen (voorportaal voor de rechter). Zij spreekt dus geen recht online. Zie <http://www.e-adr.org.sg>. | |||||||||||||||||