|
|
|
|
|
|||||
|
||||||||
|
||||||||
|
ICT voor straftoemeting: evidence-based?P.E.M. HuygenRecht & Electronische Media, 4:72-72, 2001.In de strafrechtspraak wordt veel waarde toegekend aan het begrip rechtsgelijkheid. Gelijke vergrijpen zouden gelijk bestraft moeten worden. Er zijn verschillende mogelijke oorzaken van rechtsongelijkheid, zoals het humeur van de rechter, de kwaliteit van de advocaat of de etniciteit van de verdachte. Ook het verschijnsel dat sommige daders wel opgespoord en berecht worden en anderen niet, zou als rechtsongelijkheid opgevat kunnen worden, al is die opvatting ongebruikelijk. Op dit moment vindt men, dat er (te) weinig sprake is van rechtsgelijkheid, ook als alleen de daders die voor de rechter komen worden beschouwd. Daarom zijn en worden er initiatieven ontwikkeld voor ondersteuning van de straftoemeting met behulp van ICT. Het openbaar ministerie heeft, naast de reeds bestaande strafvorderingsrichtlijnen, de zogenaamde Polaris richtlijnen ingevoerd, en ondersteunt de toepassing ervan met het computerprogramma BOS (Lodder, R&EM 6(3), 2001, pp. 54-57). Voor de rechterlijke macht is er een database waarmee rechters hun casus met vergelijkbare casus kunnen vergelijken. Dat is mooi, maar het ontwikkelen, beheren en gebruiken van deze ICT-tools vergt geld en menskracht. De vraag is, of de gunstige effecten van nieuwe ICT hulpmiddelen opwegen tegen deze investeringen. De ICT hulpmiddelen kunnen er in ieder geval niet voor zorgen dat de rechtsongelijkheid weggenomen wordt, maar hooguit, dat zij wordt verminderd. Een factor die bijdraagt aan rechtsongelijkheid is gelegen in de interactie tussen rechter en verdachte tijdens de zitting, en in de persoon van de rechter. De rechter moet rekening houden met verlichtende of verzwarende omstandigheden die wellicht niet in het ondersteunende computersysteem te vinden zijn. Het is onredelijk om van rechters te verwachten dat ze alle omstandigheden op precies dezelfde manier afwegen als andere rechters dat zouden doen, of zelfs maar dat ze hun eigen afwegingen precies kunnen reproduceren. Dat rechtsongelijkheid niet geëlimineerd kan worden is goed nieuws voor onderzoekers en statistici. Uit hun onderzoek zal altijd blijken dat er rechtsongelijkheid is, en met een beetje geluk mogen ze dat op de televisie komen uitleggen. Daarna ontstaat er een roep om maatregelen om de rechtsongelijkheid te bestrijden, en herhaalt de cyclus zich. Wat rechtsongelijkheid is voor de rechtspraak, is ziekte en dood voor gezondheidszorg: het probleem kan niet geëlimineerd worden. Om ziekte en dood te bestrijden bouwen we ziekenhuizen, leiden we artsen op en draaien we pillen. Vervolgens blijkt, dat er nog steeds mensen ziek worden en sterven. Toch hebben de maatregelen zin gehad, en dat kan aangetoond worden met statistieken, bijvoorbeeld over de gemiddelde leeftijd. Artsen streven naar ``evidence-based medicine''. Van maatregelen die ingevoerd worden, moet aantoonbaar zijn dat ze werken. Ze hoeven niet het eeuwige leven te geven, maar statistisch moet kunnen worden aangetoond, dat de kans op een beter leven groter is met, dan zonder de maatregel. Voordat een nieuw medicijn wordt ingevoerd, wordt er eerst een proefproject uitgevoerd, waarin het nieuwe medicijn vergeleken wordt met bestaande medicijnen, of met niets doen. Daardoor wordt inzicht verkregen in het effect van het medicijn op de ziekte, en kan worden beoordeeld of het gunstige effect opweegt tegen eventuele ongunstige effecten zoals bijwerkingen of extra kosten. In het recht zijn we nog niet zo ver. Uit statistisch onderzoek blijkt dat er rechtsongelijkheid is. Dit onderzoek is echter onvoldoende om de mate van rechtsongelijkheid in getal vast te leggen. Achteraf kan dus niet beoordeeld worden of de ingevoerde maatregelen ook inderdaad helpen en in hoeverre ze helpen. Verschillende maatregelen kunnen niet met elkaar vergeleken worden. Het ontwikkelen van technieken om rechtsongelijkheid te bestrijden zou eigenlijk hand in hand moeten gaan met het ontwikkelen van methoden om de effectiviteit van de technieken te kunnen evalueren. Dan kunnen we evalueren hoeveel rechtsgelijkheid we voor ons geld en onze inspanning hebben verkregen, en of dat de moeite waard is. We kunnen dan ook de effectiviteit van de verschillende maatregelen en technieken tegen elkaar afwegen, en bijvoorbeeld een maatregel vervangen door een betere. Een bijkomend voordeel is, dat het ontwikkelen van deze methoden dwingt om aan te geven welke vorm van rechtsongelijkheid de nieuwe techniek zou moeten bestrijden. In brede zin kunnen we dan ook een vergelijking maken tussen een maatregel die de rechtsgelijkheid tussen berechte daders vergroot, en een maatregel als ``meer blauw op straat'' die de pakkans vergroot.
Paul Huygen 2004-05-03 | |||||||