|
|
|
|
print/download PDF version
Merkwaardige uitspraak Hof EG 16 oktober 2008 (informatieplicht art. 3:15d
BW)A.R. Lodder, Tijdschrift voor
Internetrecht, 2008.
|
1. Dienstverleners
van de informatiemaatschappij, daar vallen in beginsel alle aanbieders van
websites onder, moeten algemene informatie (naam, adres, BTW-nummer,
etc.) verstrekken voordat er van enige contractuele handeling sprake is. Deze plicht
is terug te vinden in artikel 5 lid 1 van de Richtlijn 2000/31/EG inzake de elektronische handel, in Nederland omgezet middels
art. 3:15d lid 1 BW. In de consumentenbeschermingsrichtlijn
97/7/EG waren deels vergelijkbare verplichtingen te vinden, die echter enkel
gelden in geval de aanbieder een overeenkomst op afstand tot stand wil brengen (art.
7:46c BW). Een verschil tussen beide bepalingen is onder andere dat in geval
van art. 7:46c BW het volstond om een postbus als adres op te geven, terwijl op
grond van art. 3:15d lid 1 BW een fysiek adres moet worden kenbaar gemaakt. Dit
fysieke adres is met name van belang om ook buiten
internet contact met de dienstverlener te kunnen opnemen. De Europese wetgever bepaalde
daarnaast in artikel 5 lid 1 sub c Richtlijn 2000/31/EG (art. 3:15d lid sub b BW) dat de afnemer van een dienst moet kunnen beschikken
over: “gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve
communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische
postadres;”.
Over de uitleg van deze bepaling
handelt deze zaak.
|